De eindtermen van het schoolexamen

18 december 2019

In het schoolexamen wordt 40% van de eindtermen van de examenprogramma's getoetst. Bij de beschrijving van de domeinen kun je zien welke dat zijn.

De eindtermen die alleen in het schoolexamen aan bod komen, zijn in deze handreiking door SLO voorzien van een toelichting en suggesties voor te hanteren contexten, deelconcepten, lesmateriaal en toetsing.
Belangrijk: deze suggesties zijn niet bindend. De gepresenteerde voorstellen hebben het karakter van voorbeelden, suggesties, advies, kortom: van een handreiking.
​​​​Inspiratie is gehaald uit materiaal ontwikkeld door docenten, methodeschrijvers, uitgevers, toetsontwikkelaars, vakdidactici en vakinhoudelijke verenigingen.

De eindtermen die in het centraal examen getoetst worden, zijn in syllabi door het College van Toetsing en Examens van een specificatie voorzien. Deze syllabi zijn te vinden op http://www.examenblad.nl/.

Toelichting bij de eindtermen

Stramien​​

De eindtermen zijn geformuleerd volgens een vast stramien: zie hieronder.

Handeling​swerkwoorden

In het examenprogramma worden drie beheersingsniveaus onderscheiden, die gekarakteriseerd worden met de werkwoorden benoemen, verklaren en beargumenteren. Deze zijn elk verder uitgewerkt in handelingswerkwoorden die gebruikt zijn in de specificaties in de syllabus. Bij de uitwerking in de handreiking is deze niveau-indeling overgenomen.

Niveau-indeling
Beheersingsniveau Bijbehorende handelingswerkwoorden
Benoemen​ benoemen; beschrijven/omschrijven wat; herkennen; weergeven
Verklaren verklaren; beschrijven/omschrijven hoe; toelichten; uitleggen; verschillen
(be)noemen; verbanden beschrijven; onderscheiden; afleiden; relaties beschrijven
Beargumenteren (be)argumenteren; keuze maken; relaties leggen; redeneringen hanteren; hypothese opstellen; conclusie trekken

Meer over deze en andere indelingen van handelingswerkwoorden vind je hieronder u bij contextgebieden bij de eindtermen.​​

Contextgebieden

In het examenprogramma staat aangegeven welke biologische kennis leerlingen uiteindelijk moeten beheersen. In de eindtermen is aangegeven in welke contextgebieden de biologische concepten ten minste moeten kunnen worden gebruikt. Die contextgebieden zijn geformuleerd door de gezamenlijke vernieuwingscommissies voor biologie, natuurkunde en scheikunde, verenigd in Beta-5.

Contextgebieden
Contextgebied Uitwerking​

Communicatie

Informatieoverdracht tussen biologische eenheden waarbij onder andere receptoren, zintuigen en feromonen, maar ook technische hulpmiddelen en systemen een rol spelen.

Duurzaamheid

Gebruiken en beheren van natuurlijke hulpbronnen, zodanig dat niet méér grondstoffen aan de voorraad worden onttrokken dan er door de aanwas bij komt, en zodanig dat de diversiteit in stand blijft, waardoor ook toekomstige generaties van de hulpbronnen gebruik kunnen blijven maken.
Natuurbeheer gericht op in stand houden van biodiversiteit of het regenereren van biotopen en cultuurlandschappen.

Energie Ontwerp, productie en gebruik van energiedragers op basis van natuurlijke systemen. Bio-based economie.
Gezondheid en gezondheidszorg

Zorg voor beschikbaarheid van alle biotische en abiotische factoren waardoor biologische eenheden, van cellen tot ecosystemen, zich in stand kunnen houden en ontwikkelen.
Zorg voor het herstel van de individuele en collectieve gezondheid van de mens en andere organismen. Seksualiteit.

Sport Verplaatsing en optimalisatie van verplaatsing van de mens en van andere organismen.
Veiligheid Bescherming tegen (risico's op) mechanische schade, vergiftiging, bestraling, besmetting of psychische schade. Agressief gedrag, criminaliteit, forensisch onderzoek.
Voedselproductie Voedselvoorziening door optimalisatie van groei en ontwikkeling van biologische eenheden die als voedsel kunnen worden gebruikt door de mens.
Voeding Beschikbaarheid van voedsel waardoor biologische eenheden, van cellen tot ecosystemen, zich in stand kunnen houden en ontwikkelen.
Wereldbeeld Beschrijven, verklaren en voorspellen van de wereld op verschillende niveaus (fundamenteel wetenschappelijk) en vanuit verschillende perspectieven, met name de positie die de mens daarin inneemt. Belangrijke beelden daarin zijn DNA als drager van genetische informatie, organisme als drager van leven, populaties en ecosystemen als sociale netwerken.