Handelingswerkwoorden

13 december 2019

Leerdoelen zoals eindtermen bevatten altijd een inhoudscomponent en een handelingscomponent.

Met een zogenoemd 'handelingswerkwoord' wordt aangegeven welk gedrag (handelingen) er van leerlingen verwacht wordt in combinatie met de beschreven vakinhoud.

Ook in toetsopgaven staat meestal met een handelingswerkwoord aangegeven wat voor handeling de leerlingen moeten uitvoeren .

Er zijn verschillende indelingen van werkwoorden/handelingen die zinvol kunnen zijn bij het formuleren van leerdoelen of toetsopgaven.
Al deze indelingen ku​nnen gebruikt worden om meer bewust het gewenste (denk)gedrag van leerlingen te stimuleren en te toetsen, onder andere door een bewuster gebruik van werkwoorden.​

Informatie over Taxonomie van Bloom, OBIT en RTTI.

Werkwoorden in de eindtermen

Eindtermen: benoemen – verklaren – beargumenteren

De eindtermen en de uitwerkingen ervan in syllabi en handreikingen bevatten altijd een inhouds- en een gedragscomponent. Het beoogde gedrag van de leerlingen wordt met een of meer werkwoorden aangegeven.

De drie hoofdcategorieën van handelingswerkwoorden in de eindtermen zijn benoemen, verklaren en beargumenteren, waarbij een hogere categorie ook de onderliggende insluit. Als je iets moet kunnen verklaren, moet je het dus ook kunnen benoemen.

Voorbeeld

Subdomein B3: Stofwisseling van het organisme (havo)
De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en voedselproductie benoemen op welke wijze de stofwisseling van organismen verloopt en benoemen op welke wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

​​Subdomein B3: Stofwisseling van het organisme (vwo)
De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en voedselproductie verklaren op welke wijze de stofwisseling van organismen verloopt en beargumenteren op welke wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

Dat er van havoleerlingen minder gevraagd wordt dan van vwo'ers blijkt in deze eindterm alleen uit de gebruikte werkwoorden.

Werkwoorden van hetzelfde niveau

In een toelichting in de syllabus worden veel meer werkwoorden genoemd en aan deze drie categorieën gekoppeld en gebruikt in de uitwerkingen.

Beheersingsniveau Bijbehorende handelingswerkwoorden
Benoemen Benoemen, beschrijven/omschrijven wat; herkennen; weergeven
Verklaren Verklaren; beschrijven/omschrijven hoe; toelichten; uitleggen; verschillen (be)noemen; verbanden beschrijven; onderscheiden; afleiden; relaties beschrijven
Beargumenteren (Be)argumenteren; keuze maken; relaties leggen; redeneringen hanteren; hypothese opstellen; conclusie trekken

Voorbeeld

Als voorbeeld enkele uitwerkingen van deze eindterm uit de syllabus. Merk op dat de niveaus corresponderen met de eindterm zelf:

havo
B3.1.4. organen voor gaswisseling, opname en transport bij planten beschrijven;
B3.3.4. beschrijven op welke wijze opname, transport en afgifte van CO2 en O2 plaatsvindt en wat de rol van hemoglobine daarbij is;

vwo
B3.1.4. verschillen in gaswisseling, opname en transport bij prokaryoten, planten en dieren toelichten;
B3.3.4. uitleggen hoe opname, transport en afgifte van CO2 en O2 plaatsvindt en wat de rol van hemoglobine en myoglobine daarbij is;

Werkwoorden in toetsen

De handelingswerkwoorden uit de eindtermen en de uitwerkingen zijn ook te gebruiken in toetsopgaven. Let er bij het selecteren en m​aken van opgaven dan wel op dat het 'correcte' (= verwachte) antwoord strookt met dat beheersingsniveau. Met andere woorden: verwacht geen verklaring als je om een beschrijving vraagt.​​

Taxonomie van Bloom e.a.

Classificatie van leerdoelen

De bekendste en beroemdste classificatie van leerdoelen is die van Benjamin Bloom uit 1956. Begin deze eeuw is die gereviseerd en die versie wordt dan ook de gereviseerde taxonomie van Bloom of van Anderson & Bloom genoemd.​
Op bladzijden 33-35 van de Cito-publicatie Toetsen op school wordt het indelingssschema (de taxonomie) van Anderson & Bloom kort en bondig beschreven. Daarin wordt voor de eerste categorie van de handelingsdimensie 'oproepen' gebruikt als vertaling van 'remember', terwijl door anderen en in het schema hieronder 'memoriseren' gebruikt wordt.

Twee dimensies​

De gereviseerde taxonomie kent, net als de eindtermen, twee dimensies: een kennisdimensie en een handelingsdimensie. De matrix die daarmee gemaakt kan worden, kan worden gebruikt om leerdoelen of toetsopgaven te classificeren. Hieronder staat als voorbeeld de uitwerking van de eindtermen die hierboven zijn gegeven.

Handeling dimensie
Kennisdimensie memoriseren begrijpen toepassen analyseren evalueren creëren

feitenkennis

B3.1.4 havo B3.3.4 havo
conceptuele kennis B3.1.4 vwo B3.3.4 vwo
procedurele kennis
metacognitieve kennis

Discrepanties?

Die werkwoorden kunnen gebruikt worden om in leerdoelen of toetsopgaven duidelijk te maken welk (denk)gedrag gevraagd wordt. Door zowel de (uitwerkingen van) eindtermen als de bijbehorende toetsopgaven te classificeren, kunnen eventuele discrepanties gesignaleerd worden. Vraag ik eigenlijk niet te weinig of te veel van mijn leerlingen?

​SLO heeft een uitw​erking​ (pdf, 122 kB) bij de gereviseerde versie gemaakt, waarin een aantal werkwoorden aan de verschillende niveaus gekoppeld wordt.

OBIT

Onthouden – Begrijpen – Integreren – Toepassen

OBIT is classificatie die ontwikkeld is en verspreid wordt door het A​PS​. In hun omschrijving: 'OBIT is een herkenbaar en eenvoudig model om te kijken naar leren. Dit model onderscheidt twee manieren van leren: oppervlakkig leren en leren met diepgang.'
De vier categorieën stellen de gebruiker in staat om opdrachten in de les en in toetsen bewuster te gebruiken. Vaak worden er ook percentages als streven gebruikt voor toetsen in verschillende leerjaren en schooltypen.

In het Levende Talen Magazine verscheen in 2013 (nr. 3) een artikel over OBIT.​

Omschrijving van de categorieën​

De vier categorieën worden als volgt omschreven. Bij elke beschrijving worden enkele werkwoorden genoemd. Download het overzicht met meer werkwoorden​. (pdf, 77 kB)

  • Onthouden is gericht op herinneren, onthouden van informatie, je hoeft het niet te snappen.
    Werkwoorden: benoemen, beschrijven, aanwijzen, stappen aangeven.
  • Begrijpen is gericht op het in eigen woorden weergeven wat de docent (c.q. het boek) heeft gezegd.
    Werkwoorden: uitleggen, voorbeelden geven, een verklaring geven, berekenen.
  • Integreren is gericht op het verbinden van kennisdelen, vraagt meerdere denkstappen en het koppelen van gegevens.
    Werkwoorden: vergelijken, gegevens koppelen, voorspellen, beoordelen, beargumenteren.
  • Toepassen is gericht  op het gebruiken van kennis in een nieuwe, onvoorspelbare situatie, waarbij de denkstappen niet gegeven zijn.
    Werkwoorden: creëren, ontwerpen, bewijzen, conclusies aangeven, onderzoeken.​

RTTI

Reproductie – Toepassen 1 –​ Toepassen 2 – Inzicht

Volgens de beschrijving van Docentplus is RTTI een middel om scherp en transparant de vier te onderscheiden cognitieve niveaus van leren in kaart te brengen. RTTI maakt de leerprocessen van leerlingen inzichtelijk. RTTI wordt ook gebruikt om toetsopgaven te classificeren.​

De vier categorieën worden als volgt omschreven.

  • Reproductie (R): vragen die kunnen worden beantwoord op basis van uit het hoofd geleerde lesstof.
  • Toepassing 1 (T1): vragen die gericht zijn op het toepassen van de leerstof in bekende (geoefende) situaties.
  • Toepassing 2 (T2): vragen die gericht zijn op het toepassen van de leerstof in nieuwe situaties.
  • Inzicht (I): vragen waarbij de leerling zelf de context en methode moet construeren om tot een antwoord te komen.

​In het tijdschrift CVOpen verscheen in november 2012​ een artikel over RTTI.