De kwaliteit van het beoordelen

23 maart 2020

Bij het beoordelen van het werk van leerlingen gebruikt de docent een correctievoorschrift. Het vaststellen en vastleggen van de beoordeling gebeurt op een transparante wijze.

Het correctievoorschrift bestaat uit de volgende onderdelen:

  • het beoordelingsmodel met de criteria om de opdracht of antwoorden te beoordelen, richtlijnen voor het correcte antwoord, product of de correcte werkwijze, en de puntenverdeling;
  • een beoordelaarsinstructie, bijvoorbeeld hoe om te gaan met wijze van inleveren en leesbaarheid;
  • cesuur (zak-/slaaggrens) en cijferbepaling (via een beschrijving, formule of omrekentabel).

Aandachtspunten en tips

  • Ontwikkel opdrachten inclusief correctievoorschrift altijd gezamenlijk vóór de afname van de toets.
  • Maak altijd voor de afname van de toets de wijze van beoordeling bekend aan leerlingen, inclusief criteria en weging.
  • Stel de cesuur niet automatisch vast op een 5,5 op basis van 55% goede antwoorden, maar bepaal dit op basis van de complexiteit en de relevantie van de examenstof en taak.
  • Denk vooraf na over de wijze van nabespreking van de resultaten op schoolexamentoetsen richting leerlingen en ouders.

Aan de rechterkant vind je meer informatie, voorbeelden en checklists.