Onderdelen naar keuze van de school

13 december 2019

Naast de verplichte examendomeinen mag de vaksectie Chinees ook andere onderdelen naar eigen keuze toetsen in het eindexamen, al is dat niet verplicht.

De cijfers voor deze onderdelen wegen dan mee in het eindcijfer voor het schoolvak Chinees.

Richtlijnen voor de keuze van schooleigen onderwerpen

Het is zinvol om bij de beslissing over het wel of niet opnemen van schooleigen onderwerpen in het PTA enkele overwegingen te laten meewegen:

  • Het gekozen onderwerp of de gekozen toetsvorm heeft een toegevoegde waarde ten opzichte van de overige verplichte vaardigheidstoetsen. Er moeten dan (sub)vaardigheden of competenties worden getoetst die bij andere toetsvormen niet of onvoldoende aan de orde zouden komen, zoals karakterkennis, creatief taalgebruik of intercultureel bewustzijn.
  • Door het opnemen van een extra onderdeel krijgt een bepaald project of initiatief meer status binnen het lesprogramma.
  • Het gekozen onderdeel biedt ruimte om te differentiëren tussen de leerlingen: de keuze van de opdrachten mag namelijk per individuele leerling verschillen. Zo kan een leerling die in China is geweest, een verwerkingsopdracht maken die gerelateerd is aan zijn ervaringen in het land, terwijl een leerling die er niet is geweest een ander soort opdracht – wel gelijkwaardig - in zijn PTA kan opnemen.

Evenals voor de toetsen van de examendomeinen is er geen verplichte weging in het PTA voor schooleigen onderwerpen. Het strekt tot aanbeveling om ze voor een klein percentage te laten meewegen - het belangrijkste onderdeel van het eindexamen bestaat immers uit het meten van het bereikte niveau bij de vijf verplichte examendomeinen lezen, luisteren, spreken, schrijven en cultuur.

Hieronder staan enkele opties:

Karaktertoets

Het verdient aanbeveling om het toetsen van de karakterkennis als schooleigen onderdeel van het PTA op te nemen, dit om naast de communicatieve schrijfvaardigheid ook de technische vaardigheid te toetsen. Je kunt daarbij een karakterlijst vaststellen, gebaseerd op frequentie, en van uw leerlingen een productieve beheersing van die lijst verwachten. Meer informatie op de pagina Karakterkennis in het domein D.

Grammatica- en vocabulairetoetsen

In het eindexamenprogramma hebben de domeinen A t/m D niet expliciet betrekking op kennis van grammatica en woordenschat, maar op de toepassing ervan in de vier vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven. Grammatica en woordenschat kunnen buiten het PTA in voortgangstoetsen worden getoetst (dus geen SE-toetsen, maar toetsen voor een rapportcijfer).

Als alternatief kun je overwegen om grammatica en woordenschat als klein onderdeel taalvaardigheid (en dus met een lage weging) bij een SE-toets voor schrijfvaardigheid op te nemen.

  • Voorkom in dit geval zoveel mogelijk vertaalopdrachten.
  • Richt je bij de constructie van de opdracht op de toepassing en niet slechts op de reproductie.
  • Bied variatie in de opdrachten, bied zinnen in een context, vraag geen losse woorden.
  • Overweeg om grammatica- en vocabulairetoetsen op de computer af te nemen, zodat leerlingen niet bezig hoeven te zijn met karaktervaardigheid. Je bent immers grammatica en vocabulaire aan het toetsen, en niet de productieve karakterkennis.

Praktische opdrachten

Praktische opdrachten hebben een meerwaarde bij de moderne vreemde talen en dus ook bij Chinees.

Praktische opdrachten in het PTA Chinees:

  • maken het mogelijk om producten te becijferen die gerelateerd zijn aan uitwisselingsprojecten of andere specifieke activiteiten van de school waarbij Chinees betrokken is;
  • geven status aan opdrachten als films, toneel, het schrijven van een verhaal of het maken van een weblog. Dit zijn opdrachten waar creatief gebruik van de taal in een nieuwe context nodig is. Ze zijn dus geschikt voor het meten van taalvaardigheid;
  • bieden bovendien ook kansen voor andere manieren van toetsen van literatuur.

Bij praktische opdrachten kun je bijvoorbeeld denken aan:

  • het uitvoeren van een toneelstuk;
  • het verslag van een film, een tentoonstelling of een excursie, of een creatieve opdracht die daaraan gekoppeld is;
  • een interview met een native speaker, bijvoorbeeld tijdens een Chinees cultureel evenement in Nederland, of tijdens een verblijf in China;
  • het maken van een krant, bijvoorbeeld als eindproduct van een schoolreis naar China of van een uitwisseling met een Chinese school;
  • het maken van een video: een verhaal, een uitzending van het journaal, het mondeling verslag van een sportwedstrijd, een reisverslag, etc.;
  • het maken van een webpagina, een blog, een magazine etc. over één of meerdere culturele aspecten van China.

Vanzelfsprekend kan deze lijst eindeloos worden aangevuld met nieuwe ideeën. Praktische opdrachten zijn een geschikte toetsvorm voor het domein E – Chinese cultuur.

Leesdossier

Ook een leesdossier kan worden becijferd en kan meetellen in het PTA. In een leesdossier doet de leerling verslag van zijn leeservaringen. De leesteksten kunnen door de docent worden opgegeven (de hele klas leest dezelfde teksten); de docent kan ook een lijst uitdelen waaruit de leerling zelf kan kiezen, afhankelijk van zijn eigen voorkeuren en taalniveau.

In een leesdossier komen opdrachten over de gelezen teksten. Die kunnen bestaan uit:

  • taalopdrachten, zoals: woorden en uitdrukkingen zoeken die naar iets specifieks in het verhaal verwijzen, woorden en uitdrukkingen zoeken die een bijzondere rol hebben in het verhaal, enz.;
  • verwerkingsopdrachten, zoals:
    • relatie met eigen ervaringen, voorkeuren etc.;
    • opdrachten over specifieke personages (bijv. aangeven met wie je je het meest identificeert en waarom, een fictief interview houden, een brief aan een personage schrijven);
    • het vervolg van het verhaal bedenken;
    • een samenvatting of een tijdlijn weergeven;
    • bespreking van historische of culturele aspecten van China die in het verhaal voorkomen;
    • illustraties zoeken die bij het verhaal passen;
    • vergelijking met de bevindingen van een medeleerling.

Let wel op het verschil tussen een lees- en een literatuurdossier:

Een leesdossier wordt ingezet voor extensief lezen als onderdeel van leesvaardigheid; in dit geval zullen korte, eenvoudige teksten worden gekozen, korte verhalen, eenvoudige gedichten, graded readers in het Chinees, korte artikelen.

Ook voor het onderdeel literatuur en cultuur kan een dossier worden samengesteld. Voor een literatuurdossier zullen er voornamelijk teksten in vertaling worden gelezen. Het doel is dan niet de taalverwerving, maar het stimuleren en verrijken van de literaire en culturele ervaringen van de leerling.

Taalportfolio

Het Taalportfolio is een initiatief van de Raad van Europa geweest, kort na het verschijnen van het Europees Referentiekader. Het Taalportfolio is een self-assessment instrument voor vreemdetaalbeheersing, gebaseerd op de descriptoren van het ERK. In een Taalportfolio kan de leerling de vorderingen bijhouden die hij of zij in een vreemde taal maakt. Schriftelijke producten, audio- en video-opnames die het resultaat zijn van allerlei verschillende opdrachten, kunnen in het Taalportfolio worden opgeslagen als documentatie van het eigen taalniveau.

Het Taalportfolio kan door de leerling en de docent ook als planningsinstrument worden ingezet in de begeleiding van het taalleerproces: de leerling reflecteert op wat hij/zij al kan, waar hij/zij nog tekort schiet, en hoe hij/zij het taalniveau kan verbeteren. Dit biedt mogelijkheden voor de docent om te differentiëren.

Vanuit een pedagogisch perspectief is het Taalportfolio een instrument om zelfevaluatie, zelfstandig leren en het gebruik van de vreemde taal in realistische contexten te stimuleren.

Op de website van het Language Portfolio heeft de Raad van Europa materialen en ideeën uit verschillende landen verzameld voor het gebruik van het Taalportfolio in de les.

Nederland kent sinds 2004 als eerste land in Europa een web-gebaseerde versie van het Taalportfolio. Deze is sinds 2014 te vinden op http://info.peppels.net/europees_taalportfolio#1.

Taaldorp

Een taaldorp is een gesimuleerd buitenlands dorp(splein) waar leerlingen doorheen gestuurd worden om allerlei opdrachten uit te voeren in de vreemde taal. In het dorp zijn bijvoorbeeld een postkantoor, een restaurant, een souvenirwinkel, een VVV-kantoor, een bioscoop, een politiebureau, een kledingzaak enz. Deze zijn bemand door taaldocenten die vaak hulp krijgen van leerlingen uit hogere klassen, van studenten van de lerarenopleidingen en indien mogelijk van native speakers.

Als leerlingen het taaldorp binnenlopen, krijgen ze een paspoort met daarin de opdrachten. Bijvoorbeeld:

  • Reserveer kaartjes voor de film van morgenmiddag in de bioscoop.
  • Bestel een hapje en een drankje in het restaurant.
  • Doe aangifte op het politiebureau van diefstal van je tas.
  • Koop een kledingstuk en ding af.

In een taaldorp kunnen naast gespreksvaardigheid ook andere taalvaardigheden worden geoefend, bijvoorbeeld:

  • Zoek in de filmwijzer van deze week uit of er een romantische komedie op het programma staat.
  • Luister naar de omroepberichten op het station. Schrijf op welke treinen vertraging hebben en hoe laat ze echt kunnen vertrekken.
  • Schrijf een kaartje/e-mail naar een Chinese vriend(in).

Het doel van een taaldorp is dat leerlingen laten zien en horen dat ze zich kunnen redden in allerlei alledaagse situaties in de landen waarin de vreemde taal wordt gesproken.

Veel scholen maken het materiaal voor de diverse situaties zelf. Voor wie zich wil oriënteren, zijn er op het internet allerlei foto's, oefeningen en voorbeeldactiviteiten te vinden (simpelweg door 'taaldorp' in Google in te typen). Uitgevers als Malmberg en Thieme Meulenhoff hebben taaldorp-pakketten ontwikkeld voor Engels, Duits en Frans. Voor Chinees bestaan er nog geen materialen of voorbeelden, maar docenten kunnen zich laten inspireren door ervaringen en materialen voor de andere talen.

Wil je het taaldorp als toetsvorm voor het mondeling (eventueel geïntegreerd met andere vaardigheden) gebruiken, dan raden we je het volgende aan:

  • Neem de publicatie Een taaldorp spree​kt niet vanzelf door. De uitgave van het Expertisecentrum mvt bevat, naast een inleiding en een overzicht met nuttige bronnen, negen interviews met grondleggers van het taaldorp, docenten die het concept toepassen, maar ook met docenten die ermee gestopt zijn.
  • Lees vooral de lijst aandachtspunten en tips achteraan de publicatie: die gaan over allerlei organisatorische zaken, over voorbereidingsactiviteiten met de leerlingen, het maken van de opdrachten, het bewaken van het verloop van het taaldorp zelf, de beoordeling.
  • Overweeg om te starten met een beperkte uitvoering, afhankelijk van de mogelijkheden op school, om daarmee zelf ervaring op te bouwen.
  • Ga na of het taaldorp een geschikte toetsvorm van gespreksvaardigheid kan zijn aan het eind van de bovenbouw.

Geschikte situaties voor een Taaldorp
Restaurant/Café; Theater/Bioscoop; Politiebureau/Lost & Found;    VVV/Reiswinkel; Kleidingzaak of andere winkel; Markt;          Dokterspraktijk/Ziekenhuis; Hotelreceptie; Camping; Postkantoor.