Toelichting op KV/K/3 Culturele en kunstzinnige activiteiten

13 december 2019

'De kandidaat kan zich een beeld vormen van het culturele en kunstzinnige veld door te kiezen voor en actief deel te nemen aan ten minste 4 culturele en kunstzinnige activiteiten die gerelateerd zijn aan verschillende kunstvakken (zoals bijvoorbeeld: beeldende vorming, muziek, dans, en drama). Ten minste één kunstzinnige activiteit resulteert in de productie en presentatie van eigen werk.'

De kern van het examenprogramma zijn de culturele en kunstzinnige activiteiten. Leerlingen ondernemen activiteiten en maken en presenteren eigen werk. Zij doen daarvan verslag in een kunstdossier waarvan de vorm vrij is. Dat wil zeggen de vorm – in woord, beeld of geluid – is nader te bepalen door de leerling in overleg met de leraar.

Voortbouwend op de ervaringen in de onderbouw is het doel van het examenprogramma dat leerlingen in de volledige breedte van het domein kennis kunnen maken met hun culturele omgeving en het culturele aanbod, en dat zij zelf werk kunnen maken en presenteren. Het vak richt zich op de ervaring en de praktijk. Het uitgangspunt is dat leerlingen met nieuwe vormen van kunst (ook buiten school) in aanraking komen, zelfstandig keuzes leren maken en de samenhang zien tussen kunst en cultuur.

Daarbij valt te denken aan:

  • Workshops over dans, muziek, mode, fotografie, theater, circus, film, vormgeving, printtechnieken etc.;
  • Bezoeken van concerten, dans-, film-, theater en filmvoorstellingen of repetities;
  • Kijkje achter de schermen bij culturele instellingen of bezoek aan ateliers en werkplaatsen;
  • Bezoeken van tentoonstellingen en/of collectie van beeldende kunst en/of vormgeving (waaronder ook film, foto, video en multimediale kunst);
  • Deelnemen aan excursies (architectuurwandelingen, beeldenroutes);
  • Bijwonen van een televisieopnames;
  • Praktische lesactiviteiten in één of meerdere kunstdisciplines, zoals het maken van een fotoreportage, schilderen, tekenen, muziek maken, toneelspelen en dergelijke.

Binnen het examenprogramma is veel ruimte voor het aanleren van vaardigheden. Dit geldt voor vakspecifieke vaardigheden, algemene (vakoverstijgende) vaardigheden en loopbaanoriënterende vaardigheden.

Methodiek kunstvakken incl. CKV

Kunstvakken inclusief ckv is gericht op de brede culturele en kunstzinnige vorming van leerlingen. De essentie is dat leerlingen met een spreiding over disciplines culturele activiteiten meemaken en eigen werk maken. Het vak richt zich op de ervaringen kunstuitingen en de praktijk van kunstdisciplines. Met onderstaande methodiek bouwt het  programma voort op activiteiten die leerlingen in de onderbouw uitgevoerd hebben in het brede leergebied kunst en cultuur. Tevens legt het de verbinding naar de havo. Dit voor tl-leerlingen die willen doorstromen.
Voor het vak is een stappenplan, een methodiek (docx, 94 kB), ontwikkeld waarin zowel basisvaardigheden als de eindtermen voor Oriëntatie op leren en werken te verweven zijn. Zo is het mogelijk een samenhangend programma te ontwikkelen. De methodiek bestaat uit 7 stappen. De stappen 3 tot en met 6 worden ten minste vier keer herhaald. Cursief staan suggesties voor de eindterm Oriëntatie op leren en werken.

Vaktaal en vakbegrippen

De kunstdisciplines, die onderdeel uit kunnen maken van het centraal examen voor gl en tl, kennen allemaal een syllabus met daarin een begrippenlijst. Deze zijn te vinden in de syllabi van de verschillende kunstdisciplines: dans, drama, muziek en beeldend. In de syllabus zijn termen en begrippen uitgewerkt. 
Diverse methodes vermelden eveneens begrippenlijsten die ook gebruikt kunnen worden bij kunstvakken inclusief CKV. De school kan er ook voor kiezen een eigen begrippenlijst te maken.