Geschiedenis van het vak economie h/v

29 november 2019

Het schoolvak economie werd voor 1968 alleen onderwezen op de hbs. De Mammoetwet introduceerde het vak in de bovenbouw van havo/vwo. De doelstelling was leerlingen in te wijden in het vak economie, zoals dat op de universiteit werd onderwezen.

Het programma was eigenlijk een verdund eerstejaars universitair programma economie en was bedoeld om leerlingen in te leiden in de economische wetenschap. Het was formeel en wiskundig. De examenopgaven waren vooral technisch en bestonden voor het grootste deel uit het berekenen van modellen: leerlingen die goed waren in wiskunde haalden hoge cijfers zonder dat ze veel begrip van de economie hoefden te hebben.

Vanaf ongeveer 1970 ontstond er bij leraren protest tegen dit programma. Uit dit protest ontstond in 1974 de Landelijke Werkgroep Economie Onderwijs, die tot doel had het economieonderwijs dichter bij de leerling te brengen. Een leerplanontwikkelingsperiode van acht jaar (1974 – 1982) bracht echter geen of weinig nieuwe inzichten. De commissie die de taak had tot een vernieuwd leerplan te komen (Adviescommissie Leerplanontwikkeling ACLO) had wel de doelstelling van het vak bijgesteld. Die luidde nu als volgt: ‘Dit onderwijs dient enerzijds de beginselen bij te brengen van de economische theorie en inzicht te verschaffen in het economische aspect van het maatschappelijke gebeuren, anderzijds de leerling vertrouwd te maken met de beginselen van de wijze waarop de economische wetenschap (doch deze niet alleen) maatschappelijke verschijnselen analyseert met behulp van het redeneren binnen een geheel van veronderstellingen’. Er is hier een toenadering te zien tot het inzicht verschaffen in het economisch aspect van de samenleving, maar het programma bestond, evenals eerder, weer uit een opsomming van onderwerpen.

In de volgende vernieuwingsperiode in aanloop naar de invoering van de Tweede Fase moest het programma van het vak economie aansluiten bij de algemene doelstellingen voor het onderwijs in de Tweede Fase, maar al direct na invoering van dat programma in 1998 kwam de roep om herziening. Niet alleen vanwege de uitvoerbaarheid van het programma, maar ook vanwege verschillende visies op het vak. In het vakdossier 2000 (Voorend & Gijssen, 2001) worden die visies vertaald in een aantal dilemma’s die bij de discussie over het economieonderwijs centraal staan. Het gaat om de volgende dilemma's:

  • De centrale vragen betreffende de ontwikkeling van begrippen versus analyse–instrumenten
  • Veel onderwerpen breed aan de orde laten komen versus enkele onderwerpen in de diepte uitspitten
  • Het vak benaderen vanuit de praktijk (maatschappelijke ontwikkelingen) versus een vak dat aansluit bij de theoretische fundamenten.

De Commissies-Teulings (2001-2005) kozen nadrukkelijk voor de maatschappelijke functie van het vak economie: “Voor veel leerlingen is het economieonderwijs in het voortgezet onderwijs eindonderwijs. Het vak dient dus allereerst om mensen een beter begrip bij te brengen van de maatschappij waarin zij leven en waarin economische mechanismen een grote rol spelen. Inzicht in die mechanismen is nodig om op niveau als burger te functioneren, een verwachting die men wel van havo- en vwo- leerlingen mag koesteren.” De concept-context benadering vormt sinds de Commissies-Teulings de basis voor het examenprogramma economie op havo/vwo. Deze benadering is erop gericht om leerlingen de belangrijkste concepten van een vak in wisselende (maatschappelijke) contexten te laten toepassen, tegelijkertijd geven die contexten betekenis aan de concepten. Je hebt de theorie die de werkelijkheid verklaart of die zicht op deze werkelijkheid wil bieden. Deze werkelijkheid is de context - en juist deze verandert - en daarop wordt via lessen / lesmethoden op ingespeeld. Door die concept-contextbenadering kunnen leerlingen zoeken naar universele economische principes in een veranderende maatschappelijke context. De gedachte is dat leerlingen door de concept-context benadering een "economische bril' krijgen aangereikt die transfer (beter) mogelijk maakt.

Een belangrijke verandering was ook dat er werd gekozen voor een sterkere micro-economische invulling, die deels in de plaats kwam van het meer macro-economische perspectief waarin Keynesiaanse modellen (en multipliers) een belangrijke plaats hadden. Een verandering die niet onomstreden was.

Recent heeft het examenprogramma economie als het gaat om de macrodomeinen duidelijk een nieuwe profilering gekregen. De macrodomeinen, H en I, zijn verplicht onderdeel van het centraal examenprogramma. De in 2018 aangestelde syllabuscommissie onder leiding van Bas Jacobs heeft de nodige wijzigingen in het programma aangebracht. Onderdeel hierbij was het uitwerken van het onderdeel werkloosheid, het inzetten van een economisch model (IS-MB-GA-model) en een verdieping van het (brede) welvaartsbegrip. Ook voor de havo geldt dat er sprake is van enkele veranderingen binnen de domeinen D en H en I. Voor de havo is vooral gekozen om de samenhang binnen domein beter zichtbaar te maken door vanuit een groot aantal afzonderlijke sub kernen te werken.



toon meer

Sector

Vak