doelen van het onderwijs Nederlands


Het algemene doel van het onderwijs Nederlands is de taalvaardigheid van leerlingen vergroten. Met een goede beheersing van het Nederlands kunnen leerlingen actief deelnemen aan het maatschappelijk leven. Bovendien is het Nederlands onontbeerlijk bij het leren op school. De kern van het vak Nederlands bestaat uit de taalvaardigheden spreken, luisteren, schrijven en lezen.

Het beoogde curriculum voor Nederlands in de tweede fase is in de eerste plaats vastgelegd in het sinds 2007 sterk geglobaliseerde examenprogramma Nederlandse taal en literatuur havo/vwo. Dit programma kent negen eindtermen die verdeeld zijn over vijf domeinen:

  • A. Leesvaardigheid
  • B. Mondelinge taalvaardigheid
  • C. Schrijfvaardigheid
  • D. Argumentatieve vaardigheden
  • E. Literatuur

Het zesde domein F. Oriëntatie op studie en beroep kent geen eindterm, maar maakt wel onderdeel uit van het beoogde curriculum.

Daarnaast beschrijft het Referentiekader taal op twee niveaus wat leerlingen in de loop van hun schooljaren moeten beheersen: niveau 1F geeft weer welke taalprestaties we op de overgang van po naar vo van leerlingen verwachten. Niveau 2F beschrijft de taalprestaties van leerlingen aan einde van het vmbo en aan het einde van de onderbouw havo/vwo.

Het referentiekader hanteert vier domeinen van taalvaardigheid:

  1. Mondelinge taalvaardigheid, onderverdeeld in gesprekken, luisteren en spreken;
  2. Lezen, onderverdeeld in zakelijke teksten en fictionele teksten;
  3. Schrijven;
  4. Begrippenlijst en taalverwerving.