Achtergrond

11 april 2019

In 2016/2017 zijn in het vmbo de sectoren, afdelingsprogramma’s, intrasectorale en intersectorale programma’s vervangen door tien profielen. Verschillende (oude) examenprogramma’s zijn inhoudelijk vernieuwd en gecombineerd tot de nieuwe profielen, waardoor het totale aantal examenprogramma’s is teruggebracht naar tien. Binnen de profielen is er differentiatie naar drie leerwegen. Elk profiel heeft een platform dat de (inhoudelijke) schakel tussen onderwijs en beroepsopleiding en beroep vormt. Voor docenten organiseren de platforms activiteiten, met als doel ontwikkelingen in de beroepspraktijk te vertalen naar onderwijs, zodat opleiding en beroep goed op elkaar aansluiten. Een overzicht van alle platforms vind je hier.De tien profielvakken zijn:
  • bouwen, wonen en interieur (BWI);
  • dienstverlening & producten (D&P);
  • economie en ondernemen (E&O);
  • groen;
  • horeca, bakkerij en recreatie (HBR);
  • maritiem & techniek (MaT).
  • media, vormgeving en ICT (MVI);
  • mobiliteit en transport (M&T);
  • produceren, installeren en energie (PIE);
  • zorg en welzijn (Z&W);
Naast de tien profielvakken zijn er keuzevakken. Deze systematiek maakt het mogelijk aan te sluiten bij actuele ontwikkelingen. Welke keuzevakken worden aangeboden is aan de school. De school kan ervoor kiezen om maximaal twee profielmodulen van een ander profiel als keuzevak in te zetten. Bbl- en kbl-leerlingen kiezen een profielvak (set van vier modulen) en vier keuzevakken (vier modulen). Gl-leerlingen kiezen een profielvak en doen daarvan twee profielmodulen en twee keuzevakken (twee modulen).

Variatie tussen scholen

De variatie tussen scholen is groot, ook ten aanzien van het aanbod van keuzevakken. Zo zijn er scholen die kiezen voor een aanbod van acht keuzevakken bij elk profiel, waarbij er dan vier gekozen mogen worden. Andere scholen bieden bijvoorbeeld twee ‘verplichte’ keuzevakken of twee zelf te kiezen keuzevakken aan. Ook zijn er scholen die arrangementen van keuzevakken aanbieden. Deze bestaan dan uit een vaste set van keuzevakken; leerlingen kiezen een arrangement met de meest verwante doorstroom naar het mbo zodat er doorlopende leerlijnen ontstaan. Op termijn zullen meer scholen meer keuzevakken aanbieden, al dan niet in samenwerking met het mbo.

Geen voorgeschreven lessentabel

In de bovenbouw krijgen leerlingen van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg ongeveer twaalf uur per week een beroepsgericht programma aangeboden. Voor de gemengde leerweg is dit ongeveer vier uur per week. Er is geen voorgeschreven lessentabel, waardoor verschillen tussen scholen mogelijk zijn en zelfs groot kunnen zijn. De urenaantallen voor beroepsgerichte vakken variëren van een minimum van 6 uur per week, tot een maximum van 18 uur per week. Daar komt verschillend gebruik van het begrip (les)uur nog bij: sommige scholen definiëren een lesuur als 40 minuten, andere bijvoorbeeld 60, 75 of 90 minuten.

Toetsing en examinering

Het programma wordt afgesloten met een centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe) voor het profielvak, dat naast theoretische opgaven ook uit praktische opdrachten bestaat. Scholen kunnen ervoor kiezen om voor het profielvak ook een schoolexamen af te nemen (zie handreikingen vmbo) De keuzevakken worden afgesloten met een schoolexamen. Leerlingen in de theoretische leerweg volgen in principe geen beroepsgericht vak. De school heeft wel de mogelijkheid om een beroepsgericht vak als extra vak aan te bieden. Zie ook de themapagina Formatieve evaluatie.

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding geformaliseerd

Met de vernieuwde examenprogramma’s krijgt de oriëntatie op de vervolgopleiding extra aandacht en wordt de positie van loopbaanoriëntatie en -begeleiding geformaliseerd. Door het systeem van profielen en keuzevakken krijgen leerlingen de keuze tussen een brede oriëntatie en een gerichte voorbereiding op een specifieke beroepsopleiding, en alle mogelijke varianten daar tussenin.