doelen van het onderwijs Nederlands


Het algemene doel van het onderwijs Nederlands is de taalvaardigheid van leerlingen vergroten. Met een goede beheersing van het Nederlands kunnen leerlingen actief deelnemen aan het maatschappelijk leven. Bovendien is het Nederlands onontbeerlijk bij het leren op school. De kern van het vak Nederlands bestaat uit de taalvaardigheden spreken, luisteren, schrijven en lezen.

Het beoogde curriculum voor Nederlands in de bovenbouw van het vmbo is wettelijk vastgelegd in het sinds 2007 geglobaliseerde examenprogramma Nederlandse taal. Dit programma bestaat uit een preambule met zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, en elf exameneenheden, die elk uitgewerkt zijn in een of meer eindtermen. Per eindterm is aangegeven voor welke leerweg(en) deze geldt en of deze in het centraal examen of het schoolexamen moet, dan wel mag worden getoetst. Over het gewicht van de verschillende eindtermen is niets vastgelegd.

De eindtermen voor het centraal examen zijn door het College voor Toetsen en Examens (CvTE) uitgewerkt in een syllabus voor vmbo. De eindtermen voor de schoolexamens zijn door SLO uitgewerkt in een in handreiking voor vmbo. Vanaf 2014-2015 zijn de examens afgestemd op het referentiekader taal. Voor het vmbo is niveau 2F het beoogde eindniveau (Meestringa e.a., 2012).

Daarnaast beschrijft het Referentiekader taal (pdf, 723 kB) op twee niveaus wat leerlingen in de loop van hun schooljaren moeten beheersen: niveau 1F geeft weer welke taalprestaties we op de overgang van po naar vo van leerlingen verwachten. Niveau 2F beschrijft de taalprestaties van leerlingen aan einde van het vmbo en aan het einde van de onderbouw havo/vwo.

Het referentiekader hanteert vier domeinen van taalvaardigheid:

  1. Mondelinge taalvaardigheid, onderverdeeld in gesprekken, luisteren en spreken;
  2. Lezen, onderverdeeld in zakelijke teksten en fictionele teksten;
  3. Schrijven;
  4. Begrippenlijst en taalverwerving.