Curriculum, toetsing en verantwoording


Curriculum, onderwijs en toetsing werken op elkaar in. Nadenken over onderwijsdoelen, in de klas, op school, en op het landelijke niveau, hoort hand in hand te gaan met een beschouwing op de manier van toetsen. Verreweg de meeste toetsing vindt plaats in de klas, in interactie tussen leerling en leraar. Het geeft beiden inzicht in de leerontwikkeling van de leerling en waar de leerling staat in zijn leerproces.

Toetsing en verantwoording zijn belangrijke onderwerpen uit leerplankundig perspectief, en dus belangrijk voor SLO. Toetsing in relatie tot het curriculum dient twee doelen. Ten eerste het faciliteren van leren zodat de beoogde leerdoelen voor zoveel mogelijk leerlingen binnen bereik zijn. Ten tweede het bepalen of de beoogde leerdoelen worden behaald, in de klas, op school, en landelijk.

Aandacht voor formatieve evaluatie

Omdat leerling, leraar en ouder/verzorger steeds meer informatie verwachten over de groei en ontwikkeling van de leerling, gaat de aandacht momenteel uit naar toetsing waarmee het leren gefaciliteerd wordt. Formatieve evaluatie verschaft inzicht in het leerproces. Door systematische feedback te koppelen aan leerdoelen krijgen leerlingen zicht op hun capaciteiten en voorkeuren. Ze weten beter in welke vakken of leergebieden ze zich willen ontwikkelen en oriënteren zich op het vervolg.

Er is brede belangstelling voor formatieve evaluatie, maar de ontwikkeling staat op veel scholen in de kinderschoenen. Er zijn hobbels te nemen op landelijk en op schoolniveau. De huidige kerndoelen in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn voor formatieve evaluatie niet specifiek genoeg. Het invoeren op school vraagt om een reflectie op de inzet van toetsing voor groei en ontwikkeling, en een samenhangende vertaalslag in onderwijsaanbod, didactiek en toetsing.