Praktijkvoorbeeld: CS de Hoven Uilenhof

29 augustus 2019

In 2017 zette SLO in samenwerking met VO-Raad twee leernetwerken Formatief evalueren op. Tjoerd Zweije van CS de Hoven locatie Uilenhof nam vanaf start deel aan het netwerk. In deze blog zet hij een aantal ontwikkelingen, aanpakken en lessen op een rijtje​.

Ontwikke​​​lingen op Uilenhof​

Sinds het schooljaar 2016-2017 zet de Uilenhof, een kleine vmbo-school in Gorinchem, stappen op het gebied van formatief evalueren. En daar was een reden voor… Vanuit de onderwijsvisie dat elke leerling uniek is, anders leert, anders denkt en anders ontwikkelt, werd de wens van collega's steeds sterker om een zo breed mogelijk 'ontwikkelplaatje' van de leerling te krijgen, om zo het leerproces van leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen.

Na een brede oriëntatie beginnend bij prestaties en motivatie van leerlingen is een zoektocht gestart. Een zoektocht naar hoe het onderwijs op de Uilenhof het beste aansluit bij kwaliteiten en affiniteiten van leerlingen. Formatief evalueren is benoemd als een van de onderwijskundige speerpunten binnen de Stichting CVO-AV, waarvan de Uilenhof onderdeel is. Vanuit de stichting is een professionele leergemeenschap opgestart. Leraren volgen cursussen. Het leernetwerk Formatief evalueren van de SLO en VO-Raad biedt de mogelijkheden om met andere scholen ervaringen, aanpakken, lessen te delen.

Het brede ontwikkelplaatje ​​​van de leerling

Een van de belangrijkste inzichten die we verkregen, is wel dat wanneer je de brede ontwikkeling van leerlingen in kaart wilt brengen, je aan één type datapunt – meestal een schriftelijke toets voor een cijfer – niet voldoende hebt. Zoals Dominique Sluijsmans het in Toetsrevolutie (2016) beschrijft, heeft juist het verzamelen van allerlei verschillende 'datapunten', zowel formeel als informeel, enorme meerwaarde. Of de leerling kan samenwerken, makkelijk reproduceert of juist in vrijere, creatieve opdrachten floreert, welke leerstijl zijn voorkeur heeft, dat vertelt een toets voor een cijfer allemaal niet.

Door op meerdere en ook andere manieren te toetsen, verzamelen we informatie over de leerling waardoor we een beter en veelzijdiger beeld van onze leerlingen krijgen. Dit betere beeld kan vervolgens worden gebruikt om de leerling passend te begeleiden of handvatten te geven. Ziedaar de zoektocht: past bij de afronding van een bepaald thema beter een presentatie van een samenwerkingsopdracht waarin mogelijke oplossingen worden voorgesteld voor een probleem? Past het beter om leerlingen in dialoog te laten gaan in plaats van schriftelijk woordjes te overhoren? Of juist beide, omdat ze inzicht geven in andere kennis en vaardigheden? Het verzamelen van informatie op meerdere datapunten is iets wat we meer en meer doen.

Een pil​​ot gestart

Een groep leraren deed graag mee aan een pilot 'Oriëntatie op formatief evalueren'. In totaal startten twaalf leraren die allemaal aan dezelfde twee brugklassen lesgaven. Een goede les als je een pilot start: begin niet alleen, maar laat de leerling zien, ervaren, horen en voelen dat formatief evalueren in meer of mindere mate in alle lessen een speerpunt is. En niet alleen van één of twee bevlogen leraren.

De start van de pilot was heel laagdrempelig. Met het bekijken van de documentaire van Dylan William, The Classroom Experiment (deel 1 en deel 2), een handig boekje (pdf, 1.3 MB) met tips en trucs over formatieve werkvormen en de aanschaf van kleine whiteboards startten we het experiment. Doel? Kijken wat voor jou als leraar, voor jouw klas en voor jouw vak/domein werkt. Waar zit de meerwaarde? Levert het inderdaad een meer rijker beeld op van de leerling? Wat merkt de leerling ervan?

Ruimte vo​or eigen aanpak en tempo, ook bij leraren

Het onderliggende doel van ons als kartrekkers was om het gesprek op gang te brengen. Leraren bewust maken van formatief lesgeven. Niet om het van bovenaf op te leggen, maar in de les 'gewoon' aan de slag, met je leerlingen en kijken wat wel of niet werkt én waarom. Op deze manier, gezamenlijk en ervarend leren past bij de wijze waarop de Uilenhof zich graag ontwikkelt: leraren, leerlingen, ouders/verzorgers, ze worden allemaal gezien als actor en dragen bij aan het succes. Iedereen gaat anders om met nieuwe inzichten. Op verschillende manieren en in verschillende tempi. Maar: iedereen doet mee en we voeren het gesprek erover. Het gevolg is dat alle leraren bezig zijn om formatieve evaluatie een plek te geven binnen hun lessen en er ook bij leraren – net als bij de leerlingen – ruimte is voor verschillen.

Binnen de sectie L.O. heeft dat geresulteerd in het maken van rubrics om leerlingen de leerdoelen en succescriteria – fase 1 van het cyclus van formatief evalueren – nog duidelijker te maken. Ook bij de sectie Mens & Maatschappij wordt er inmiddels veel meer vanuit leerdoelen gedacht, waardoor leraren ook de lesmethode anders gebruiken. Herkansen van toetsen en opdrachten is bij het vak wiskunde standaard geworden: leerlingen leren door fouten te maken en de mogelijkheid te krijgen nogmaals hun vaardigheden te laten zien. Na een foutenanalyse en op initiatief van de leerling kan een onvoldoende herkanst worden.

De volgen​de stap: de overgangsnormen

De volgende ontwikkeling in de zoektocht zal het heroverwegen en herijken van het toetsbeleid en de overgangsnormen zijn. Niet alleen de vooraf geformuleerde cijfermatige normen doen ertoe. Maar ook en juist de ontwikkeling van de leerling willen we meewegen. Een 5 op het eindrapport die is opgebouwd uit een 8 op het 1e rapport, een 6 op het tweede en een 2 op het laatste rapport, is immers van een hele andere orde dan van een 2, naar een 4, naar een 9. Wanneer we als leraren, onder andere door meerdere datapunten, een beter zicht op het leren en de ontwikkeling van de leerling krijgen, is het kijken naar cijfers alleen niet meer voldoende. Maar: welke normen gaan we dan hanteren? Ziehier het onderwerp waar we ons in onze zoektocht momenteel over buigen. Het is goed om, na een mooie periode van 'indaling', tot breed gedragen kaders te komen waarover we in een gemeenschappelijk opgebouwde FE-taal praten over de ontwikkeling van leerlingen. De kennis en ervaringen die we de afgelopen tijd hebben opgedaan zullen deze ontwikkeling grotendeels kleuren. Met als beoogd resultaat: meer zicht krijgen op de leerling. Wie hij is, hoe hij leert, welke ondersteuning hij (nog) nodig heeft.​