Sociaal-emotionele ontwikkeling

23 oktober 2019

Het thema Sociaal-emotionele ontwikkeling richt zich op het dynamische proces waarmee kinderen en jongeren de fundamentele levensvaardigheden verwerven die hen helpen bij het ontwikkelen van een persoonlijke identiteit, het opbouwen van relaties met anderen en het hanteren van verwachtingen van hun omgeving. Dit thema gaat in op zaken als bewustwording en ontwikkeling van het zelf en een positief zelfbeeld, het aangaan van relaties, het leren verplaatsen in en omgaan met anderen, het reflecteren op eigen gedrag, conflicthantering, het maken van eigen keuzes, het vergroten van zelfvertrouwen en persoonlijke weerbaarheid binnen de groep.

De sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren is een belangrijke factor bij de uitwerking van de andere thema's binnen dit leerplankader. Immers, of het nu gaat om bijvoorbeeld het kiezen voor een gezonde leefstijl met uitgebalanceerde voeding en regelmatig bewegen of het juist niet meedoen aan pesten, het doet een beroep op persoonlijke weerbaarheid en persoonlijke effectiviteit en zelfsturing van de individuele leerling in situaties waarin anderen ook invloed uitoefenen.

De kernen en subkernen van dit thema vormen als het ware een onderlegger en rode draad voor het gehele leerplankader en geven aan wat er binnen een bepaalde leeftijdscategorie van een leerling op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling verwacht mag worden. Het is hierbij belangrijk voor ogen te houden dat de beschrijving uitgaat van gemiddelden. Ieder kind is uniek, dus niet elk kind hoeft er op dat specifieke moment aan te voldoen.

Het thema Sociaal emotionele ontwikkeling bestaat uit de volgende kernen:

Zelf

In de kern Zelf is het belangrijk dat kinderen en jongeren leren gevoelens te herkennen en benoemen. Dat zij leren wat hun kwaliteiten zijn en hoe zij deze kunnen inzetten in hun dagelijkse leven. Dat zij leren accepteren dat ze niet alles even goed hoeven te kunnen als anderen. Sociaal competent zijn betekent het beheersen en indirect uiten van gevoelens.

De kinderen en jongeren leren wat een zelfbeeld is en hoe dit tot stand komt. Het zelfbeeld vormt zich door wat je meemaakt, door wat er tegen je wordt gezegd en door hoe je wordt behandeld. Daardoor ga je op een bepaalde manier denken over jezelf. De zelfwaardering van de kinderen en jongeren hangt af van hoe zij over zichzelf denken, dit kan overwegend negatief of positief zijn. Een kind met een negatief zelfbeeld heeft weinig zelfvertrouwen, een kind met een positief zelfbeeld kan veel zelfvertrouwen tonen. Zelfvertrouwen maakt kinderen en jongeren weerbaar en minder afhankelijk van het oordeel van anderen. Het geeft ze de moed voor hun eigen mening uit te komen, initiatief te tonen en aan nieuwe dingen te beginnen.

De kern Zelf bestaat uit de volgende subkernen:

  • Gevoelens
  • Kwaliteiten
  • Beeld van mezelf

Zelfsturing

In de kern Zelfsturing leren de kinderen en jongeren dat zij hun eigen gedrag kunnen sturen. Ze zijn eigenaar van hun eigen gedrag. Vaardigheden zoals geconcentreerd werken, plannen van en reflecteren op het eigen werk zijn van belang. Ook vaardigheden uit andere subkernen zoals het leren keuzes maken, problemen oplossen en samenwerken met anderen stimuleren de mate van zelfsturing.

In de kern Zelfsturing leren kinderen en jongeren onder meer om te gaan met gevoelens. Zij leren dat ze tijd moeten nemen om na te denken over wat er aan de hand is als een situatie lastig is en hoe zij impulsen kunnen herkennen, beheersen en hoe zij irrelevante impulsen kunnen onderdrukken. Kinderen en jongeren die in staat zijn hun impulsen onder controle te houden zijn in staat om beter te leren en kunnen zich sociaal beter redden. Gebrek aan zelfsturing kan leiden tot een laag zelfbeeld, angst, koppigheid en besluiteloosheid.​​​

Er vallen drie subkernen onder de kern Zelfsturing:

  • Gevoelens hanteren
  • Impulscontrole
  • Doelgericht gedrag

De ander

In de kern De ander krijgen de kinderen en jongeren het besef van de rol en invloed van anderen om hen heen, wat de consequenties hiervan zijn en hoe dit invloed heeft op het eigen functioneren. Besef van de ander brengt met zich mee dat zij leren reacties van anderen te herkennen en begrijpen (empathie), dat de zij zich kunnen verplaatsten in een ander (wisselen van perspectief) en dat de kinderen en jongeren lichaamstaal leren begrijpen en daar vervolgens adequaat op te reageren. Om anderen te kunnen duiden en begrijpen is het belangrijk dat de kinderen en jongeren gedrag van de ander kunnen inschatten.​​​

De kern De ander bestaat uit de volgende subkernen:

  • Inlevingsvermogen
  • Individu en groep
  • Gedrag inschatten van de ander

Relaties

In de kern Relaties leren de kinderen en jongeren wat belangrijk is aan een relatie en hoe zij een relatie kunnen onderhouden. Tevens leren zij wat er voor nodig is om met elkaar samen te kunnen werken. Daarbij zijn ook vaardigheden van belang die in andere kernen beschreven worden zoals herkennen van eigen gevoelens, inlevingsvermogen, omgaan met gevoelens van anderen en omgaan met conflicten. De invloed van anderen zoals ouders, vrienden en leeftijdgenoten komt ter sprake, kinderen en jongeren leren aan te geven waar hun grenzen liggen en hoe zij om kunnen gaan met sociale (groeps)druk.

Kinderen en jongeren komen dagelijks, via de media, ervaringen thuis of op straat in aanraking met positieve en negatieve aspecten van relaties. Het is daarom belangrijk om ook op school aandacht te besteden aan dit onderwerp. In relaties spelen conflicten een rol. Kinderen en jongeren denken na over de oorzaken van conflicten, hoe zij er mee om kunnen gaan, hoe zij een conflict bespreekbaar kunnen maken en kunnen oplossen op zo’n wijze dat het voor alle partijen acceptabel is.​​​

De kern Relaties bevat de volgende vier subkernen:

  • Omgaan met elkaar
  • Samenwerken
  • Omgaan met sociale druk
  • Conflicten hanteren

Kiezen

In de kern Kiezen staat het keuzes maken, het omgaan met de gevolgen ervan en daar de verantwoordelijkheid voor nemen centraal. De hele dag door maak je keuzes, zowel bewust als onbewust. In de hedendaagse maatschappij met veel invloeden en mogelijkheden is het leren maken van weloverwogen keuzes steeds belangrijker. De kinderen en jongeren hebben er baat bij om dit zo vroeg mogelijk te leren.

Jonge kinderen kiezen in eerste instantie vanuit hun gevoel. Voor oudere kinderen wordt het kiezen steeds complexer. Als kinderen en jongeren leren kiezen is het belangrijk dat zij de ruimte krijgen om fouten te mogen maken. Daarnaast moeten zij leren de verantwoordelijkheid te nemen voor hun keuzes. Door dit in een vroeg stadium aan te leren, leren kinderen en jongeren dat zij door het maken van een weloverwogen keuze hun eigen leven kunnen beïnvloeden.​​​

De kern Kiezen bestaat uit de volgende subkernen:

  • Weloverwogen kiezen
  • Verantwoordelijkheid nemen