lexicon - Strategieën voor denken en leren

20 juni 2022

Een denk- en leerstrategie verwijst naar een aanpak om informatie, leerstof en/of gedachten te ordenen om zo het behalen van leerdoelen te vergemakkelijken. Uit de meta-analyse van het wetenschappelijk onderzoek naar denk- en leerstrategieën is gebleken dat er negen didactische strategieën bestaan die zeer effectief zijn:

  1. Identificeren van overeenkomsten en verschillen
  2. Samenvatten en notities maken
  3. Inspanningen bevestigen en erkenning geven
  4. Huiswerk en oefening
  5. Non-verbale representatie
  6. Coöperatief leren
  7. Doelen stellen en feedback geven
  8. Vragen formuleren en hypotheses testen
  9. Voorkennis activeren met vragen, aanwijzingen en kapstokken

Voorbeeld(en)

  1. De leerkracht stimuleert kinderen na te denken over hun ontdekkingen die ze hebben gedaan en wat verschillend is. Thema herfst: verschillende vondsten uit het bos worden vergeleken en gekoppeld aan eigen ervaringen (“hee, toen wij gingen verven hebben we ook oranje bladeren gemaakt! Maar deze bladeren hebben geen puntige randjes..”)
  2. Kinderen bedenken in de restauranthoek hoe zij de bestellingen van de ‘gasten’ handig kunnen noteren en terug kunnen lezen (“Spaghetti zijn sliertjes en macaroni zijn de rondjes”). Ook het gebruik van picto’s bij Interactief voorlezen is een voorbeeld van deze strategie. Kinderen denken ‘met het potlood’ in de hand.
  3. De leerkracht benoemt expliciet de inspanning van de kinderen en wat zij daarmee hebben bereikt.
  4. De leerkracht vraagt ouders om met hun kind het meegegeven prentenboek ook thuis te lezen en erover te praten ('verteltas').
  5. Visualiseren/structureren van informatie/kennis: beeldwoordenveld, dagritmekaarten, mindmaps, grafische representaties van hoeveelheden, stappenplan ter ondersteuning van zelfstandig werken: oriënteren, plannen, uitvoeren, controle.
  6. Werken met verschillende didactische structuren, zoals Tweepraat, TafelRondje, en Mix&Koppel
  7. De leerkracht stelt aan het begin van het thema met de kinderen verschillende leervragen op: wat willen de kinderen leren? (en wat wil de leerkracht dat deze kinderen leren?). Na afloop van het thema blijkt zij met haar groep terug en gaan zij gezamenlijk na of het is gelukt en ook vooral hoe dat is gelukt.
  8. Vragen formuleren om te leren en na te denken: kinderen formuleren zelf leervragen en onderzoeken wat het juiste antwoord is. In het thema ‘Alles groeit’: wat zou er gebeuren als een plantje geen licht krijgt? Vervolgens doen de kinderen een experiment, kijken ze wat er gebeurt en worden er conclusies getrokken.
  9. Aan de hand van startactiviteiten bij thema (beeldwoordenveld e.d.) wordt de voorkennis van kinderen geactiveerd. Tijdens elke activiteit wordt de voorkennis even opgehaald door gerichte vragen te stellen, een korte herhaling van een oefening. Ook het werken met picto’s bij interactief voorlezen is hier een voorbeeld van.

Literatuur

  • Werkmap begrijpend lezen, K,vande Mortel 7 M.Forrer. (CPS, 2012)
  • Wat werkt in de klas, Research in actie, Marzano, Pickering& Pollock (Bazalt 2008)
  • Kijk, Kies, Doe voor kleuters, C. Riemens en L. van Waas. (Bazalt, 2011)
  • Grip op leesbegrip , K.van de Mortel & M. Forrer. (CPS, 2013)

let op!

Momenteel wordt de inhoud van dit lexicon geactualiseerd en waar nodig aangevuld.