Hoe werkt de IJSO

1 november 2019

Voorronde

De voorronde vindt jaarlijks eind maart/begin april plaats. Het is een individule schriftelijke bio/na/sk-toets van 100 minuten die op de eigen school wordt afgenomen. De toets is opgebouwd uit vijf meerkeuzevragen en één open vraag per vakgebied. Correctie vindt plaats op de eigen school aan de hand van een bij de opgaven meegestuurd correctiemodel. Voor het niveau moet je denken aan de stand van zaken bij de genoemde vakken rond kerst in leerjaar vwo-4. Om in de top te kunnen eindigen is enige zelfstudie voor een derdeklasser wenselijk. Na een tweede correctie wordt eind april bekend gemaakt welke 24 leerlingen doorgaan naar de landelijke eindronde. Dit zijn de leerlingen met de hoogste scores, waaronder maximaal zes leerlingen die wel aan het leeftijdscriterium voldoen, maar al in een hoger leerjaar zitten en minimaal de vijf best scorende havisten.

Eindronde

De eindronde duurt één dag. Op deze dag worden twee toetsen afgenomen: een theoretische en praktische toets van ieder 90 minuten.

De theorietoets bestaat uit 4 meerkeuzevragen en één open vraag per vakgebied. In totaal dus twaalf  meerkeuzevragen en drie open vragen. De practicumtoets bevat eveneens opdrachten uit zowel biologie, natuurkunde als scheikunde

Alle leerlingen maken individueel dezelfde toetsen met vragen uit de drie vakgebieden. Er worden uiteindelijk zes leerlingen geselecteerd voor het internationale team.

De nationale eindronde wordt gehouden eind juni, meestal op een vrijdag.

Alle deelnemers aan de eindronde krijgen prijzen; zij zijn tenslotte de beste 24 jonge science talenten van Nederland.

Oefendagen

De top 6 krijgt twee oefendagen op Fontys Hogeschool Eindhoven en op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tijdens deze oefendagen krijgen zij aanvullende colleges en practica en worden de puntjes op de i gezet om nog beter voorbereid te zijn op de internationale.

Internationale

De top zes gaat Nederland vertegenwoordigen bij de International Junior Science Olympiad, die meestal in begin december gehouden wordt. Hieraan doen ca. 50 - 60 landen mee. De IJSO duurt tien dagen en verloopt volgens een vast stramien. De leerlingen maken over drie dagen gespreid hun toetsen: meerkeuzewerk, open werk en ten slotte een praktische toets die in teams van drie maken. De scores zijn individueel. Op de niet-toetsdagen worden de leerlingen excursies, culturele en sportieve activiteiten aangeboden. Naast vakkennis spelen cultuur en persoonlijke ontwikkeling een belangrijke rol bij deze olympiade. De leerlingen krijgen ruim de gelegenheid om elkaar te ontmoeten, contacten te leggen en het gastland te leren kennen. Ze krijgen naast de toetsdagen een programma dat zowel leerzaam als ontspannend is.