Referentieniveaus rekenen/niveauopbouw

9 december 2019

Met de referentieniveaus rekenen zijn twee 'sporen' van niveaus  beschreven. De fundamentele niveaus richten zich op basale kennis en inzichten en zijn daarnaast gericht op een meer functionele benadering van rekenen. De streefniveaus richten zich meer op formeel rekenen en  bereiden voor op de meer abstracte wiskunde. Voor zowel de fundamentele als de streefkwaliteit zijn drie niveaus beschreven. Bij rekenen is er, in tegenstelling tot taal, geen invulling gegeven aan het vierde niveau.

Domeinen

Binnen het gebied van rekenen  zijn er vier domeinen, die samen de relevante inhouden dekken:

  1. Getallen
  2. Verhoudingen
  3. Meten en Meetkunde
  4. Verbanden

Elk domein is bij rekenen opgebouwd uit de onderdelen:

  • notatie, taal en betekenis, waarbij het gaat om de uitspraak, schrijfwijze en betekenis van getallen, symbolen en relaties en om het gebruik van wiskundetaal;
  • met elkaar in verband brengen, waarbij het gaat om het verband tussen begrippen, representaties, en dagelijks spraakgebruik;
  • gebruiken, waarbij het gaat om rekenvaardigheden in te zetten bij het oplossen van problemen.

Elk van deze onderdelen is opgebouwd uit drie vormen van beheersing. Die zijn als volgt te karakteriseren:

  • paraat hebben: kennis van feiten en begrippen, reproduceren, routines, technieken;
  • functioneel gebruiken: kennis van een goede probleemaanpak, het toepassen, het gebruiken binnen en buiten het schoolvak;
  • weten waarom: begrijpen en verklaren van concepten en methoden, kunnen uitleggen, blijk geven van overzicht.