Meervoudig waardenperspectief (duurzaamheid)

2 december 2019

Binnen de economie krijgt een bredere kijk op waarden steeds meer handvatten. Zowel positieve als negatieve externe waarden worden steeds vaker systematisch betrokken in de keuzen vooraf als in de verslaglegging van die keuzen achteraf.

Hoewel deze effecten zich nog niet vertaald hebben naar de rekentaal van de financieel-econoom lijkt dit meer en meer een kwestie van tijd. Het feit dat een negatieve impact op de omgeving zich kan vertalen naar reputatieschade op de korte termijn maar ook tot schadeclaims op de middellange termijn vertaalt zich meer en meer dat een bedrijf systematisch na moet denken over de maatschappelijke implicaties van de bedrijfsactiviteiten – waarbij elke termijn in ogenschouw moet worden genomen.

Een bedrijf kan echter niet meer alleen naar de productiekant kijken, ook zal het mee moeten nemen wat de implicaties van zijn product zijn als het door de eindgebruiker gebruikt wordt. De complete levenscyclus van het product moet in ogenschouw worden genomen. Waar is sprake van negatieve waardentoevoeging en waar kan dit door wie wanneer worden voorkomen? Dergelijke vraagstukken, die in essentie een economisch vraagstuk vormen, kennen vele dimensies die vanuit veel verschillende disciplines aan de orde komen. Het zijn vragen die in algemene zin al in de onderbouw kunnen worden behandeld. Daarbij geldt dat bepaalde producten een duidelijke productieketen (bedrijfskolom) kennen, maar dat voor andere producten dit complex is. Hierbij geldt tevens dat dergelijke meer complexe producten (zoals een mobiele telefoon) indirect onderdeel zijn van tal van productieprocessen.

Het is daarbij goed om te laten zien dat er binnen het productieproces keuzen zijn, waarbij het komen tot een waardenvrij oordeel lastig is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de productie en consumptie van melk. Vanuit economie kan beschreven worden hoe de productie via zowel intensieve als extensieve landbouw tot stand komt en wat daarbij de maatschappelijke impact van de productie en consumptie is. Anderzijds wordt dit vraagstuk complex als de bevolkingsomvang en bevolkingsgroei wordt meegenomen. Om dergelijke vraagstukken te behandelen is afstemming met andere vakken nodig.

Voor economie geldt dat deze vraagstukken zich in de onderneming en tussen de ondernemingen (in de keten) afspelen. Ook geldt dat deze vraagstukken zich op huishoudniveau voordoen. Ook vanuit het huishouden kan de impact op de omgeving worden beschreven en kan ook bekeken worden aan welke 'knoppen' het gezin kan draaien (en waar dit dan wordt beïnvloed). Algemeen geldt dat het begrip circulaire economie, maar ook MVO en restauratie-economie gebruikt kunnen worden als conceptueel kader.

In de VTA (2017) is over duurzaamheid het volgende vermeld:

Duurzaamheid

Ook op het gebied van duurzaamheid is er een initiatief geweest om diverse onderwijsideeën te verzamelen voor docenten via de website www.groengelinkt.nl. De milieuvraagstukken en het maatschappelijk besef van urgentie hieromtrent vragen erom dergelijke initiatieven duurzaam in het onderwijs op te nemen. Het denken vanuit 'de grenzen aan de aarde' en de verantwoordelijkheid die we hier als mens in hebben, moeten een natuurlijk onderdeel van het denken, handelen, technisch ontwerpen en verantwoorden vormen.

Het belang van het benaderen van vraagstukken / beslissingen vanuit meer perspectieven dan alleen het financiële blijkt ook uit de aandacht die er vanuit de Tweede Kamer is rondom het brede welvaartsbegrip. Ook de OECD benadert de maatschappelijke uitkomst vanuit meerdere dimensies via de zogenaamde Better Life Index. Dit sluit natuurlijk aan bij het brede welvaartsbegrip dat al langer werd toegepast in het vo (via bijvoorbeeld de Human Development Index) – maar het aardige is dat de indicatoren waarlangs beoordeeld wordt, meer divers en groter in aantal zijn.

De inzichten op het terrein van evenwichten en de verstoringen van evenwichten, worden ook steeds groter en kennen een steeds groter conceptueel kader en worden empirisch onderbouwd. Daarbij blijft natuurlijk gelden dat het aan de docent (en de producenten van leermiddelen) is om dit als te beantwoorden handelingsvraagstuk aantrekkelijk te maken.

Dit vraagstuk leent zich goed voor thematisch onderwijs. Hoewel het denken over onderwijsontwikkeling in het vo hier niet op is ingericht, is het voor docenten helder dat bepaalde thema's in elk vak spelen en dat hier binnen de onderwijssituatie een overlap in optreedt. Denk aan genderissues, techniek, democratisering, migratie, inkomens- en machtsongelijkheid etc. Het lastige van deze vraagstukken is dat ze vaak ook een politieke component in zich dragen – tegelijkertijd kan dat juist voor leerlingen interessant zijn. Dat aspect maakt het onderwijs meer betekenisvol. Via gesprek, via het delen van elkaars visies en meningen, worden zij gevormd en wordt geappelleerd aan een van de belangrijke functies van onderwijs, namelijk die van fysiek sociale ontmoetingsplaats.



toon meer

Sector

Vak