Ondernemendheid en financiële zelfredzaamheid

29 november 2019

Het vak bedrijfseconomie is de afkorting van het vak bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid. Ondernemerschap is binnen bedrijfseconomie zowel inhoudelijk als didactisch en pedagogisch een belangrijk aspect.

De business school proberen systematisch bezig te zijn met ondernemen. Het ondernemen wordt ook gebruikt als een pedagogische kapstok. Aan ondernemerschap zitten aspecten als proactief zijn, omgevingsbewustzijn, inclusief daarbij de rol van de klant, verantwoord risico nemen en kansen zien, maar ook samenwerken als de leerlingen bijvoorbeeld gezamenlijk werken aan een ondernemingsplan.

Ondernemendheid wordt ook gezien als een houding die je als werkende 'moet' hebben. De vakvernieuwingscommissie onder leiding van professor Arnoud Boot wilde niet voor niets aandacht voor ondernemendheid. Juist het idee dat iemand niet meer een baan voor het leven heeft, vereist dat een werkende een open en actieve houding richting de eigen kwalificaties in relatie tot de veranderende omgeving heeft. Via 'ondernemerschap' kan ook het belang van juridische kennis geleerd worden. Denk hierbij aan productaansprakelijkheid, maar ook als het gaat om leveringsvoorwaarden/ betalingsvoorwaarden en het verzuim hierin.

Juist omdat in het leven van de leerling afspraken op een bepaalde manier vrijblijvend zijn, is het juist zaak dat de leerling zich bewust wordt van de juridische kant van de samenleving. Het onderdeel financiële zelfredzaamheid moet ook in dat licht worden bezien. Leerlingen gaan vaak verplichtingen aan, waarbij bedrijven al dan niet bewust gedragsregels proberen te omzeilen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de afsluiting van telefoonabonnementen. Juist omdat jongeren meer en meer met schuldenproblemen te maken hebben, is het punt van beheersbaarheid van de eigen uitgaven (en inkomsten) essentieel. Het in woorden kunnen belijden is echter anders dan er ook systematisch en juist naar kunnen handelen. Het lijkt hierbij essentieel dat onderwijs en leermiddelenmakers zich hierin proberen te verenigen. Kennis van de neuropsychologie en dit vertalen naar leermiddelen, zodat leerlingen de eigen valkuilen ervaren en daarop leren reflecteren, is essentieel.

In de VTA, hoofdstuk 4, is onderstaande passages opgenomen als het gaat om een meer institutionele vertaling van deze tendens in de vorm van 'business schools'.

Business school

In het kader van een business school worden de banden tussen economie en M&O vaak verder aangehaald. Soms krijgt die business school een andere vorm: een entreprenasium, economium of Internationial Business School. Deze ontwikkeling laat zich al een aantal jaren zien en steeds meer scholen kiezen voor deze bredere curriculum-invulling. Hiermee krijgen thema's als financiële zelfredzaamheid, ondernemerschap en het doordenken van keuzes met financiële (en niet financiële) consequenties meer aandacht. In een entrepenasium of business school staat ondernemend leren min of meer centraal. Er is naast vakkenintegratie tussen economie en M&O sprake van meer gedifferentieerd en op maat aangeboden onderwijs. Dit vergt de nodige flexibiliteit en creativiteit van de docenten (of het docententeam) en de school (rooster, lestijd, toetsing). Deze ontwikkeling sluit aan op zaken als een maatwerkdiploma of gepersonaliseerd leren: recht doen aan verschillen tussen leerlingen en het bieden van verschillende leerroutes. Een brede onderwijskundige ontwikkeling die feitelijk al enigszins zichtbaar is in het economie-onderwijs.

Als het gaat om de curriculaire uitdagingen (hoofdstuk 5 van het VTA) wordt dan het volgende gemeld:

Doorontwikkelen entrepenasium / business school

Onderwijs wordt relevanter als men zoals op deze scholen de vraag en de omgeving in onderwijs betrekken. Projecten zijn niet 'voor de leuk' maar worden substantieel onderdeel onderwijs. Deze schoolconcepten kunnen verder ontwikkeld worden en als voorbeeld dienen voor andere scholen. Bij deze voorbeeldprojecten gaat om ondernemendheid. Ondernemendheid is een overkoepelende term voor een ondernemende houding en ondernemend gedrag. Een ondernemende houding houdt voor een leerling in dat de leerling actief op zoek gaat naar kansen om nieuwe initiatieven (= creatief handelen) te ontplooien. Maar ook dat de leerling kansen ziet en onderkent en deze aangrijpt. Vervolgens vertaalt de leerling deze kansen in concrete acties en bouwt zo aan een ondernemende houding binnen school, werk of privé. Ondernemendheid wordt als een belangrijke voorwaarde gezien voor ondernemerschap.

Bij ondernemerschap gaat het om drie kernbegrippen:

  • kansen zien,
  • kansen benutten
  • creëren van waarde.

De eerste twee begrippen betreffen de ondernemende houding: het zien van kansen en die ook weten te benutten. Die houding kan heel breed worden toegepast. Het laatste begrip heeft betrekking op het runnen van een eigen bedrijf om daarmee uiteindelijk waarde te creëren. Waarde is veel meer dan geld of inkomen alleen. Het gaat vaak om voldoening en erkenning. Om waarde te kunnen creëren is veelal een ondernemende houding nodig: (steeds weer) kansen zien en benutten.

De leerlijn kan dan als volgt opgebouwd worden:

  • Ondernemendheid
  • Ondernemerschap
  • Je eigen onderneming

Deze leerlijn is voor de eerste twee onderdelen opgenomen in de zogenaamde piramide van ondernemerschap (zie afbeelding).

Piramyde ondernemerschap

De daarbij behorende essentiële kennis, vaardigheden en attitudes zijn:

  • Kennis. Het vermogen inzicht te krijgen in de beschikbare mogelijkheden voor persoonlijke, professionele en/of commerciële activiteiten en van de grotere samenhangen waarin mensen wonen en werken, zoals een ruim begrip van het functioneren van de economie en de mogelijkheden en uitdagingen waarvoor een werkgever of organisatie staat. Men moet zich ook bewust zijn van de ethische rol van ondernemingen en van de positieve invloed die zij bijvoorbeeld door eerlijke handel of maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen uitoefenen.
  • Vaardigheden. De vaardigheden hebben betrekking op proactief projectbeheer (waaronder planning, organisatie, management, leiderschap en delegeren, analyseren, communiceren, debriefing, evaluatie en verslaglegging), daadwerkelijke vertegenwoordiging en onderhandelen en het vermogen zowel alleen als in teamverband te werken. Een belangrijke competentie is het kunnen beoordelen van de eigen sterke en zwakke punten en het evalueren en zo nodig nemen van risico's.
  • Attitudes. Een ondernemende houding wordt gekenmerkt door initiatief, proactiviteit, onafhankelijkheid en innovatie in het persoonlijke en maatschappelijk leven en op het werk. Hiertoe behoren ook motivatie en de vastbeslotenheid om doelstellingen te halen, hetzij persoonlijke, hetzij gemeenschappelijke, ook op het werk.


toon meer