Curriculumnadrukken

12 maart 2020

In gesprek over de doelen van onderwijs in de natuurwetenschappen

Waarom is het belangrijk dat leerlingen onderwijs krijgen in de natuurwetenschappen? Hoe denken mijn collega’s over het vak? Komt onze visie overeen met onze lessen?

SLO heeft een werkvorm ontwikkeld om met je collega’s hierover in gesprek te gaan. De werkvorm is gebaseerd op de typologie van de Canadese onderzoeker Douglas Roberts (Roberts, 1982; Roberts, 1988).

Kennis in de natuurwetenschappen is noodzakelijk om nepnieuws van echt nieuws te onderscheiden; de wereld om je heen te begrijpen; inzicht te krijgen in hoe de natuurwetenschap tot kennis komt. Deze stellingen en nog veel meer worden door middel van kaartjes voorgelegd aan jou en je collega’s. Ga met elkaar in debat en kom samen tot de kern van je vak.

Stap 1 – Voorbereiding

Print dit bestand (pdf, 122 kB) voor iedere deelnemer twee keer uit. Het is handig dit op iets steviger papier te doen. Houd de helft apart en knip of snijd de andere helft tot kaartjes. Zorg dat iedere deelnemer vier stapels kaartjes heeft met de zes verschillende antwoorden voor wetenschap, leerling, leraar en maatschappij.

Stap 2 – Individueel

Alle deelnemers kiezen individueel uit de kaartjes met wetenschap de twee die ze het meest waar of het best passend vinden.

Herhaal dit voor de kaartjes leerling, leraar en maatschappij.

Stap 3 – Overzicht

Geef iedereen de print met het overzicht van alle kaartjes.

Elke deelnemer legt nu de door hen gekozen kaartjes op hun overzicht.

Bekijk individueel op welke rijen veel/weinig/geen/alle kaartjes liggen.

De rijen die je op het overzicht ziet staan, zijn de curriculumnadrukken van Douglas Roberts. Onderaan deze pagina vind je de toelichting van deze typologie. Dit kan een goed moment in de werkvorm zijn om deze toelichting ook met de groep door te nemen.

Stap 4 – Gezamenlijke reflectie

Praat met elkaar over de kaartjes die iedereen gekozen heeft. Dat kan aan de hand van veel verschillende vragen. Je kunt ervoor kiezen gestructureerd als groep een aantal van deze vragen te beantwoorden of een meer open gesprek te voeren waarbij je deze vragen in het achterhoofd houdt.

  • Zijn er mensen die van één rij drie of vier kaartjes hebben gekozen? Zo ja, welke rijen?
  • In welke rij zijn er in totaal het meeste kaartjes gekozen? In welke het minst?
  • Zijn er kaartjes die door (bijna) iedereen zijn gekozen? Zo ja, welke?
  • Zijn er kaartjes die door (bijna) niemand zijn gekozen? Zo ja, welke?
  • Zou je een andere keuze maken voor andere doelgroepen (leeftijd, sector, profiel)?

Stap 5 – verwerken uitkomsten

Praat over hoe de nadrukken terugkomen in jullie onderwijs. Dit kan weer aan de hand van een aantal vragen (eventueel per leeftijd, sector of profiel beantwoord):

  • Komen de nadrukken die jullie belangrijk vinden duidelijk terug in jullie onderwijs? Hoe zou je die nog verder kunnen benadrukken?
  • Zijn er nadrukken die jullie niet belangrijk vinden die wel een belangrijke plaats hebben in jullie onderwijs? Hoe kun je dit verminderen?
  • Zouden de nadrukken die jullie belangrijk vinden in iedere les herkenbaar moeten zijn, of alleen per lessenserie?
  • Hecht de methode belang aan dezelfde nadrukken als jullie?

Toelichting typologie

De rijen zijn de zeven curriculumnadrukken (curriculum emphases) die Roberts op basis van een analyse van Canadese en Amerikaanse lesboeken heeft opgesteld. In deze lesboeken keek hij naar het beeld van de natuurwetenschappen dat zij wilden overbrengen. Deze nadrukken heeft hij uitgewerkt tot zeven samenhangende nadrukken die de verschillende doelen van onderwijs in de natuurwetenschappen beschrijven:

  • Natuurwetenschap voor dagelijks leven en werk: leerlingen hebben natuurwetenschappelijke kennis nodig om met de producten en diensten van de moderne wetenschap om te gaan, in hun beroep of in hun privéleven.
  • Structuur van de (natuur)wetenschap: leerlingen hebben begrip nodig over de werking van het systeem natuurwetenschap om claims van anderen te kunnen beoordelen.
  • Natuurwetenschap, technologie en samenleving: leerlingen hebben natuurwetenschappelijke kennis nodig om volwaardig deel te kunnen nemen aan het maatschappelijke debat en verantwoorde besluiten te nemen.
  • Competentieontwikkeling: leerlingen maken zich door regelmatig oefenen natuurwetenschappelijke vaardigheden meester waarmee ze een veelheid van problemen kunnen aanpakken.
  • Natuurwetenschappelijke verklaringen: leerlingen leren wetenschappelijke verklaringen die helpen de materiële wereld beter te begrijpen.
  • Natuurwetenschap als cultuuruiting: leerlingen leren over de invloeden van en op het wetenschappelijk denken.
  • Stevige basis: leerlingen bereiden zich goed voor om in de volgende fase van opleiding verder te gaan met natuurwetenschap.

Literatuur

  • Roberts, D.A. (1982) ‘Developing the concept of “curriculum emphases” in science education’, Science Education, 66, 2, pp. 243-60
  • Roberts, D. A. (1988) What counts as science education? In P. J. Fensham (ed.), Development and Dilemmas in Science Education (London: Falmer Press), 27–54.

contactpersoon

Erik Woldhuis