Leraar aan het woord


Petra de Lint, lerares op de Gooilandschool, werkt zelf graag aan samenhang in haar taallessen.

Lezen en schrijven zijn voor mij de twee belangrijkste pijlers waar de andere domeinen van taal ondersteunend aan zijn. De domeinen zie ik niet los van elkaar. In de toepassing van taal zijn ze namelijk altijd met elkaar verbonden. Want het gaat bij het gebruiken van taal voor mij altijd over het overbrengen van een boodschap.

Petra vertelt verder: "Er is een spreker of een schrijver, die heeft een boodschap, die is bedoeld voor een luisteraar of een lezer. Als de boodschap niet goed is verpakt, komt die boodschap niet goed over bij de luisteraar of de lezer. En dat is waar taalonderwijs volgens mij op moet zijn gericht: je wilt een boodschap overbrengen of tot je nemen, hoe kun je dat het beste doen? Lezen en schrijven gaan hand in hand, en alle andere domeinen zijn daar in diverse fasen van het leer- en het schrijfproces ondersteunend aan. Dat is voor mij de kern van taalonderwijs.

Ik geef schrijflessen, dus teksten en verhalen schrijven, los van de taalmethode. Ik schrap lessen uit de taalmethode die ik minder zinvol vind voor mijn groep of waarvan ik de leerdoelen liever op een andere manier behandel.

De eerste stap in mijn schrijflessen is: afkijken bij andere schrijvers. Dat kunnen professionele schrijvers zijn, maar ook teksten van andere leerlingen (van eerdere jaren) of teksten die ik zelf voor een specifiek leerdoel heb geschreven. Belangrijk is dat de teksten tot hetzelfde genre behoren als de teksten die de leerlingen zelf gaan schrijven. Ieder genre heeft bepaalde tekstkenmerken. De focus van instructie is dat de leerlingen de tekstkenmerken gaan herkennen. Die geef ik ze dus niet zomaar in een kant en klaar lijstje, maar ik stuur ze in het zelf ontdekken van eigenschappen van goede teksten.

Ze ervaren op die manier wat het effect van de manier van schrijven is. Ze worden zich ervan bewust of een schrijver er wel in is geslaagd om de boodschap duidelijk over te brengen, en hoe dat dan komt. De tekstvoorbeelden en deze reflectie en kennis helpen hen als ze zelf gaan schrijven.

Na tekstverkenning en -bespreking volgt zelf schrijven. Ik laat kinderen altijd eerst een kladversie schrijven. Bijna niemand kan in één keer een perfecte tekst schrijven, dus moeten we ook niet van kinderen verwachten dat ze dat even in een lesuurtje doen. Schrijven is een proces, en ik vind het belangrijk dat kinderen leren daar tijd en aandacht aan te besteden. Vaak schrijven ze enkele korte kladteksten in een periode van een aantal weken waarin we ons richten op een specifiek genre. Die kladteksten geven mij inzicht in waar ik mijn focus van instructie op moet richten, zodat ik leerlingen daadwerkelijk verder kan helpen in de ontwikkeling van hun schrijfvaardigheid.

Uiteindelijk schrijven de leerlingen een tekst als eindopdracht in een genre. Daarbij hoort de vaardigheid van het verbeteren van een tekst. Dat is moeilijk voor kinderen, vooral als het om hun eigen tekst gaat. Ik geef daarom zo nu en dan aparte lessen gericht op het verbeteren van teksten. Daarin focussen we dan op een of slechts enkele aspecten, bijvoorbeeld op het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en het effect daarvan. Ik gebruik daarvoor vaak teksten van internet of uit de methode begrijpend lezen, waar ik zelf wat aan sleutel. In die lessen 'tekst verbeteren' is er weer samenhang met andere taaldomeinen, zoals bijvoorbeeld spelling, taalbeschouwing en grammatica. Of zelfs begrijpend lezen, als je teksten kiest die inhoudelijk niet duidelijk genoeg zijn en daar de aandacht op wilt richten. Leerlingen kunnen elkaar ook helpen bij het verbeteren van teksten, door ze aan elkaar voor te lezen en tips en tops te geven. En dan heb je dus weer samenhang met lezen!"

Op de netwerkdag van het Landelijk Netwerk Taal vertelde Petra over haar lessen waarin ze taaldomeinen in samenhang aanbiedt. De deelnemers aan de workshop hebben kunnen ervaren hoe leerlingen op die manier voorbeelden zien en inspiratie opdoen voor hun eigen teksten.