Online Engelse les aan 32 leerlingen

16 april 2020

Als je mij een maand geleden had gezegd dat ik over niet al te lange tijd online een Engelse les aan mijn 32 derdejaars tl-leerlingen zou geven, had ik waarschijnlijk hard gelachen. Maar hoe snel kan de wereld om je heen veranderen. Afgelopen week heb ik het gewoon gedaan. Ik was natuurlijk wel erg benieuwd hoe het zou gaan. Wordt het een chaos, omdat ze allemaal tegelijk praten, kan ik alle leerlingen wel verder helpen? Misschien haken ze wel allemaal af? Niets van dat alles gebeurde.

Auteur: Marjolein Paul, docent Engels, het Rhedens in Dieren

Werk en privé laten zich niet zo gemakkelijk scheiden

De klas werkt aan een promotional video. Die maken ze individueel en de opname plaatsen ze in Google Classroom. Lukt dat niet, dan zetten ze het in YouTube (gesloten account) en mailen ze de link. Voordat ze de video maken, bekijken ze voorbeelden en denken ze na over welk product ze willen promoten. We waren net allemaal online toen mijn tweejarige zoontje binnen kwam wandelen en zich in het Engels aan de klas voorstelde. Ik hoorde ‘aah’ en ‘hoe lieeef’. Werk en privé laten zich niet zo gemakkelijk scheiden als je vanuit huis werkt, dat hoort er gewoon bij.

Elkaar ruimte bieden

Maar even terug naar de les. We werken in Google Meet. Dan zie je de gezichten van alle leerlingen op kleine vierkantjes. Degene die spreekt, komt groot in beeld. Wat opvalt is dat mijn leerlingen elkaar ruimte geven. Als er twee tegelijk beginnen met praten, spreken ze samen even af wie eerst mag. Leerlingen die ik nog niet gehoord heb, betrek ik er ook bij. Ik vraag dan even hoe het gaat en of het met de opdracht wil lukken. Tegen het einde van de les vroeg een van mijn leerlingen of ze ook samen mogen werken aan de opdracht. Ik moest even glimlachen. Daar hebben ze vast een beeld bij. Vandaar mijn vraag: ‘Hoe gaan jullie dat dan doen? Ik ben erg benieuwd naar hun voorstel.

Ik merk echt dat een mailtje de verbinding weer een stukje terugpakt.”

Ik ben inmiddels heel wat ‘lessen’ verder en heb in die tijd veel geleerd. Ik deel mijn ervaring graag:

  • Mijn leerlingen houden me op de hoogte via mail. Ik vraag ze: ‘Als je het af hebt, stuur je even een mailtje?’ Gewoon: ‘mevrouw, ik ben klaar!’ Ik merk echt dat dat de verbinding weer een stukje terugpakt. Het motiveert hen ook, omdat ze het ‘samen’ met mij doen.
  • Als ze opdrachten in Google Classroom hebben gezet, geef ik ze feedback. Bijvoorbeeld links naar online uitlegfilmpjes (niet te lang, duidelijk en ‘fijn’ om naar te luisteren) van iets dat ze nog kunnen verbeteren. Ze bekijken het en passen de opdracht aan.
  • Ik geef vaardigheidsopdrachten om thuis vaardigheden te blijven trainen. Online bespreken we hun voortgang. Ik stel ze vragen en dan merken ze of ze op de goede weg zijn. Dat contact vinden ze fijn.
  • Leerlingen vinden het echt niet erg als ik soms even uit beeld verdwijn, omdat mijn eigen kinderen me even nodig hebben. Voor mij is dat chaotisch, maar bij mijn leerlingen lijkt het iets volwassens op te roepen. Zo hebben we laatst de klei-pizza van mijn zoontje samen bewonderd.
  • Ik verzin nieuwe opdrachten. Bijvoorbeeld deze voor mijn brugklas: ’Maak gedurende een week foto’s van wat je zoal doet. Beschrijf in het Engels per foto wat je aan het doen bent. Leerlingen denken allemaal dat ze niets doen in deze tijd, maar zo krijgen zij, én ik, een leuk beeld van hun week.

Foto Marjolein-kl

Marjolein Paul, docent Engels, het Rhedens in Dieren