Taal/lezen: groep 8

8 april 2020

Wat zijn zinvolle doelen om aan te werken in deze laatste periode van het schooljaar als het gaat om je aanbod rond lezen, taal en spelling aan leerlingen in groep 8? Hoe bereid je ze goed voor op de overgang naar het voortgezet onderwijs?

Doelen

De belangrijkste leerdoelen voor de komende periode voor taal en lezen zijn:

  1. Lezen en leesbevordering. Zorg dat leerlingen blijven lezen of het lezen gaan (her)ontdekken.
  2. Functioneel schrijven en spreken & luisteren. Maak ruimte voor de toepassing van vaardigheden waar je normaal niet aan toekomt.

Oefenen met spelling is in deze periode niet nodig, omdat dit in de brugklas wel weer aan de orde komt. Oefenen met technisch lezen is alleen nodig voor de leerlingen die het lezen nog onvoldoende geautomatiseerd hebben. Het is belangrijker om aandacht te besteden aan de taalvaardigheden die in het voortgezet onderwijs van grote invloed zijn op het schoolsucces: lezen, schrijven en spreken.

Lezen en leesbevordering

  • Leerlingen lezen jeugdliteratuur, historische verhalen, science fiction, fantasievertellingen, (vormvrije) gedichtjes.
  • Leerlingen lezen doelgericht informatieve, betogende, beschouwende en instructieteksten.
  • Leerlingen wisselen met klas en leerkracht leeservaringen uit en reageren op leeservaringen van klasgenoten. Ze beschrijven de  kenmerken van een personage, hoe hij/zij zich voelt en kan dit relateren aan een episode (oorzaak-gevolg). Leerlingen kunnen hun voorkeuren voor onderwerpen, genres, schrijvers beschrijven.

Schrijven

  • Leerlingen schrijven verschillende soorten teksten: informatieve teksten, betogende en/of beschouwende teksten, instructieteksten, correspondentie en expressieve teksten. Bij het schrijven van teksten zijn deze doelen belangrijk:
    • Bij het schrijven van de teksten stemmen leerlingen af op doel en publiek van de tekst.
    • Leerlingen voorzien de tekst van structuur (zoals oorzaak-gevolg); markeren alinea’s met witregels.
    • Leerlingen reviseren de tekst op basis van instructie en verbeteren in de laatste fase de tekst op spelling, interpunctie, zinsbouw.

Spreken

  • Leerlingen dragen verschillende soorten monologen voor waarvoor ze eerste informatie verzameld hebben. Bij het spreken zijn deze doelen belangrijk:
    • Bij het spreken stemmen leerlingen af op doel en publiek voor wie ze spreken.
    • Leerlingen kiezen een structuur die past bij de taak en geven verbanden aan.

Luisteren

  • Leerlingen luisteren naar verschillende soorten zakelijke en verhalende teksten. Bij het luisteren is het belangrijk dat:
    • Leerlingen doelgericht luisteren op basis van een gegeven luisterdoel en kunnen schrijven of spreken over wat ze gehoord hebben.

Praktische suggesties bij de doelen

Lezen en leesbevordering

Verbind de doelen van leesbevordering met andere doelen:
  • Met schrijven: laat leerlingen een recensie schrijven
  • Met spreken: laat leerlingen een boekpresentatie inspreken
  • Met luisteren: laat leerlingen naar een luisterboek luisteren
  • Met zaakvakken: laat leerlingen bijvoorbeeld een historisch verhaal lezen (Arend van Dam) dat past bij het thema van je OJW-les
  • Denk bij lezen aan het zelf lezen van kinderen en aan het luisteren naar ingesproken boeken (luisterboeken, Youtube, digitale boeken).
  • Zet vooral in op leesbevordering via jeugdliteratuur. Laat leerlingen zelf boeken kiezen op basis van hun eigen voorkeur voor onderwerpen / auteurs. Voorzie kinderen en ouders van tips en suggesties over (e)-boeken en luisterboeken. Waar kunnen ze die vinden en hoe maken ze een goede keuze?
  • Laat leerlingen naast goede jeugdboeken ook verschillende soorten informatieve, betogende, beschouwende en instructieteksten teksten lezen. Maak daarin een keuze in één of twee tekstsoorten en laat deze keuze terugkomen bij het schrijven en/of spreken:
    • eenvoudige nieuwsberichten, eenvoudige informatieve artikelen in de Nederlandse en/of Vlaamse media.
    • zaakvakteksten waarin feiten/meningen vergeleken worden en waarin meningen met argumenten onderbouwd worden.
    • recepten en gebruiksaanwijzingen over bekende zaken.
  • Geef informatie over samen-leesvormen (theaterlezen, tutorlezen) en hoe ze het lezen leuk kunnen houden en kunnen organiseren (leesbingo, vast leesmoment).
  • Zorg voor interactie. Als je samen met je klas (of per groepje) hetzelfde (e-)boek gaat lezen, kun je via een online chatomgeving samen een gesprek voeren aan de hand van de leesvragen van Chambers of volgens de methodiek Literaire Gesprekken.
  • Houd zicht op leren. Bedenk checks op het zelf (voor)lezen of luisteren van boeken: laat ze een klein boekverslag, een leesvlaggetje, een foto maken.
  • Hebben leerlingen nog moeite met vlot en vloeiend lezen? Geef hen dan in een groepje instructie in technisch lezen. Het Lerarencollectief laat zien hoe je dat kunt doen.

Schrijven

Verbind de doelen van schrijven met andere doelen:
  • Met leesbevordering: laat leerlingen een creatieve schrijfopdracht doen naar aanleiding van een gelezen boek.
  • Met spreken: laat leerlingen een uitgeschreven betoog inspreken in een videoboodschap.
  • Met luisteren: laat leerlingen aantekeningen maken bij het luisteren naar een podcast.
  • Met zaakvakken: laat leerlingen bijvoorbeeld informatie uit zaakvakteksten verwerken in een korte schrijfopdracht.
  • Laat leerlingen verschillende soorten informatieve, betogende, beschouwende en instructieteksten schrijven. Maak daarin een keuze in één of twee tekstsoorten en laat deze keuze terugkomen bij het lezen en/of spreken:
    • informatieve teksten: berichten, aantekeningen, werkstukken met een gegeven structuur.
    • betogende en/of beschouwende teksten: een eenvoudige recensie van een product, advertenties.
    • instructieteksten: een eenvoudig draaiboek voor een toneelstukje.
    • correspondentie: een formulier, een korte formele brief over een bekend onderwerp.
    • expressieve teksten: een verhaal over een eigen ervaring, gebeurtenis of fantasie.
  • Kies de schrijfopdrachten uit je reguliere aanbod of kies voor de zelfstandig door te werken lessenserie van SLO, of voor een korte schrijfopdracht (van De Schoolschrijver of Suzanne van Norden).
  • Zorg voor een echt publiek en sluit aan bij wat ze nu beleven (post aan ouderen, dagboekfragment of instructie voor een huisgenoot die uitgevoerd moet worden, zie bijvoorbeeld deze Pindakaasinstructie).
  • Maak koppeltjes van leerlingen die elkaar een eerste versie van de tekst toe mailen en geef ze een gerichte opdracht om bij elkaar te letten op: structuur, ‘kenmerken van een brief’, spelling, interpunctie, zinsbouw.
  • Zorg dat leerlingen houvast hebben bij het uitvoeren van taaltaken en geef feedback. Geef ze bijvoorbeeld voorbeeldteksten van een ‘column’ voordat ze zelf een column schrijven (zie Kidsweek). Maak duidelijk wat je verwacht en hoe je feedback gaat geven. Een brief die je aan iemand anders bezorgt moet er verzorgd uitzien.

Spreken en luisteren

Verbind de doelen van spreken & luisteren met andere doelen:
  • Met leesbevordering: laat leerlingen een boekpromotiefilmpje inspreken.
  • Met schrijven: laat leerlingen een reactie schrijven op een beluisterde tekst.
  • Met zaakvakken: laat leerlingen bijvoorbeeld een uitleg (mini-les) geven over een onderwerp dat net aan de orde is geweest (hoe ontstaan vulkanen?).
  • Laat leerlingen verschillende soorten informatieve (presentaties), betogende (stelling verdedigen), beschouwende (item Jeugdjournaal), instructieve (beschrijving procedure) en expressieve teksten (gedichten voordragen) uitspreken en luisteren. Maak daarin een keuze in één of twee tekstsoorten en laat deze keuze terugkomen bij het lezen en/of schrijven.
  • Kies de spreek- of luisteropdrachten uit je reguliere aanbod of kies voor de lessenserie Vloggen van SLO, of laat leerlingen een mini-spreekbeurt opnemen op een smartphone.
  • Zorg voor een echt publiek en een realistisch doel (ouders, jou, opa/oma). Laat ze (voor de opname) feedback vragen aan ouders of huisgenoten.
  • Bedenk opdrachten waarmee leerlingen thuis gestimuleerd worden om met elkaar te praten en luisteren. Sluit aan bij wat kinderen nu meemaken en beleven. Geef leerlingen en ouders een ‘thuisklets’ instructie mee voor een goed gesprek aan de keukentafel.
  • Zorg dat leerlingen houvast hebben bij het uitvoeren van taaltaken en geef feedback. Geef ze een voorbeeld van een filmpje waarop een spreektaak te zien is en benoem de criteria waar je feedback op gaat geven.