Verschraling of verrijking?

12 mei 2020

Aan twee maanden begeleid thuisonderwijs is deze week een einde gekomen! Fijn, want ik hoor de beltoon van Teams inmiddels overal en de werkvormen die ik kon gebruiken zijn beperkt en inmiddels saai.  Ik heb mijn klas in twee groepen verdeeld, een A-groep en een B-groep. De ene dag zie ik de ene groep en werkt de andere thuis, de dag erna vice versa. Ze gaan dus afwisselend 2 en 3 dagen naar school. We werken met een verkort rooster en na schooltijd ben ik nog een uur beschikbaar op Teams zodat de thuiswerkgroep van die dag mij nog vragen kan stellen.

Marit Tuik is leerkracht van de middenbouw op Jenaplanschool de Swoaistee in Groningen.

Waar staan we?

Hoe zullen de kinderen binnenkomen? Wat hebben zij meegemaakt? Waar staan ze nu? Daar ben ik vooral nieuwsgierig naar. Met sommige kinderen heb ik goed contact gehad en dus een beeld van waar ze mee bezig zijn geweest. Maar er zijn ook leerlingen die ik niet, of amper gesproken heb en van wie ik geen idee heb hoe ze straks binnenkomen. Ik probeer mij niet te laten leiden door het idee van achterstanden door het thuiswerken, want die waren er in de normale situatie bij een aantal leerlingen ook geweest. En door thuis te werken hebben de leerlingen ongetwijfeld andere dingen geleerd! Ze hebben zelf hun weektaken moeten plannen, elke dag moeten bepalen wat ze wanneer gingen doen en zichzelf daarbij aansturen, hebben moeten leren omgaan met hun emoties die ze ervaarden door het thuiswerken en door corona, zich moeten aanpassen aan een andere werkplek, andere helpers en een ander ritme en zo kan ik nog wel even doorgaan.  Door de eerste dagen goed te kijken naar waar alle kinderen staan, sociaal-emotioneel en cognitief, krijg ik overzicht en kan ik een plan maken.

Het denken vanuit leerlijnen en doelen geeft me de vrijheid om de kernvakken te verbinden met de andere leergebieden”

In de klas én thuis

Wat voor mij voorop staat is dat de onderwijstijd in de klas het allerbelangrijkste is en dat het thuisonderwijs daarbij aan moet sluiten. Hoe kan ik ze nu vijf dagen in de week betekenisvol en motiverend onderwijs geven, terwijl ik ze maar twee of drie dagen in de klas bij me heb? Dat is echt mijn doel, maar tegelijkertijd een vraagstuk. In de klas kan ik de leerlingen weer echt zien, wat zo veel meer mogelijkheden geeft! Ik kan nu weer kiezen voor actieve werkvormen, voor samenwerking en voor meer en betere interactie. Voor het thuiswerk moet ik kiezen voor werk dat zelfstandig gemaakt kan worden. Tegelijkertijd wil ik er voor waken dat het verzandt in bezigheidstherapie. Ik zoek dus bewust naar opdrachten die echt iets toevoegen, en die verbinding maken met wat ik in de klas met ze doe. Als ik dat niet zou doen, en ze werkbladen zou meegeven waar ik verder niets mee doe, dan verschraalt het thuisaanbod en winnen we er niets mee.

marit4

Mijn insteek

Zo laat ik de kinderen op hun thuiswerkdag een tekst schrijven, die we op school samen voorbereid hebben. Deze week is dat een gedicht. Op de schooldag houd ik dan met de leerlingen een taalronde waarin we praten over het onderwerp waar ze over gaan schrijven. De ervaringen van de kinderen rond dat onderwerp staan dan centraal, maar ik bespreek ook de kenmerken waarin een gedicht verschilt van een verhaal. Thuis laat ik ze een eerste versie schrijven, die ze de volgende dag aan elkaar voorlezen. We bespreken deze eerste versie en geven elkaar feedback. Vervolgens herschrijven de kinderen het gedicht thuis en maken er een tekening bij. De schooldag erop presenteren ze gedicht en tekening en kan deze vervolgens tentoongesteld worden in de groep of in hun tekstenboek worden bewaard.

Natuurlijk zal zo’n verbinding tussen school- en thuiswerk niet altijd mogelijk zijn, maar ik vind het ook bij ander werk dat kinderen thuis doen belangrijk dat ze weten dat ik het zie en dat ik het waardeer. Daarom kom ik ook in de klas terug op wat ik ze online heb zien doen of wat ze thuis hebben geoefend.

Marit5

Er is meer dan taal en rekenen

Overal zie ik koppen langskomen die roepen dat we ons vooral bezig moeten houden met de kernvakken. Maar dat heb ik de afgelopen maanden ook al non-stop gedaan via videobellen. Nu het weer kan, vind ik het juist ook erg fijn samen bezig te zijn met muziek, drama of wereldoriëntatie, en de kinderen denk ik ook. Ik ga daarom ook op zoek naar mogelijkheden om de kernvakken te verbinden met de andere leergebieden. Dat kan prima, en het denken vanuit leerlijnen en doelen geeft me die vrijheid. Maar ik metsel vooral nog niet veel te dicht. Eerst de leerlingen maar weer eens zien en kijken hoe de vlag erbij hangt.

Marit6