wat is de historie van het vak Engels in Nederland?


Al in lang vervlogen tijden werden vreemde talen geleerd en onderwezen. Dat waren met name Frans en Duits, maar ook Engels en bij gelegenheid ook andere talen. Dit was allemaal particulier initiatief. Vanaf het begin van de 19e eeuw nam overheidsbemoeienis met het onderwijs steeds meer toe. De liberale staatsman Thorbecke hervormde het onderwijs in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Toen kreeg Engels, naast Frans en Duits, vaste voet aan de grond in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder in de hbs (hogere burgerschool) en het gymnasium.

Taalverwerving gaandeweg communicatiever

Het onderwijs in Engels werd gegeven op de manier waarop het Latijn werd onderwezen: kennis van grammatica en verwerving van woordenschat stonden voorop. Het aantal lesuren per taal stond min of meer vast. Van een concrete eindniveauaanduiding was geen sprake, hoewel er onder directe verantwoordelijkheid van de overheid centrale eindexamens afgenomen werden. Voor de hbs gold dat ook de schrijfvaardigheid en de mondelinge vaardigheden centraal geëxamineerd werden, terwijl het examen voor het gymnasium zich beperkte tot de leesvaardigheid. Verdere detaillering van het wat van het onderwijs ontbrak; over de wijze van onderwijzen regelde de overheid niets.

Aantal vreemde talen

De nieuwe Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO in 1968, vaak als Mammoetwet aangeduid) bracht enkele wezenlijke veranderingen. Met de intrede van mavo, havo en vwo werd de oude lijn dat alle leerlingen in drie moderne vreemde talen eindexamen moesten doen, verlaten. Afhankelijk van het type, bijvoorbeeld A- of B-richting, konden havo- en vwo-kandidaten na de eerste fase van drie leerjaren een of twee talen “laten vallen”. Slechts één taal was nog verplicht. Engels zou het meest worden gekozen. Wel kregen de mondelinge vaardigheden nu in alle vwo-schooltypen in het eindexamenprogramma een plaats. Min of meer gekoppeld daaraan werd een deel van het eindexamen voortaan door de scholen zelf afgenomen, het ‘schoolonderzoek’. Nieuw was daarbij dat het schoolonderzoek gespreid over het laatste jaar werd ingeroosterd, voordat het ‘centraal schriftelijk’ afgenomen werd. Nieuw was ook dat de eindexamenprogramma’s in meer detail uitgewerkt werden.

Engels dominant

Met de Mammoetwet nam het aantal wekelijkse lesuren dat voor Engels beschikbaar was af, ook in verhouding tot het aantal uren voor andere vakgebieden. Vooral het nieuwe keuzevakkensysteem speelde daarin een sterk negatieve rol. In 1993 vond invoering van de basisvorming plaats: Engels was verplicht in de onderbouw van wat toen vbo (voorbereidend beroepsonderwijs) heette en mavo. Scholen hoefden in die onderbouw niet meer naast Engels twee vreemde talen aan te bieden. De meeste leerlingen kozen Engels als examenvak, ook in die gevallen waar dit vak geen verplicht examenvak was.

Huidige situatie

Engels is een kernvak. Het maakt in het primair onderwijs deel uit van het curriculum. Het is sinds 1986 vanaf groep zeven verplicht en versterkt zijn positie. Bij de invoering werd 80 uur als voldoende basis beschouwd voor het voortgezet onderwijs. Scholen mogen Engels ook vanaf groep vijf (vervroegd Eibo) aanbieden of vanaf groep 1. Het gaat dan om vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). Het Engels in het primair onderwijs kent nog een vierde variant: het tweetalig primair onderwijs (tpo). Over de vier varianten Engels in het basisonderwijs kunt u hier meer lezen. Engels is ook een verplicht vak in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het kent als enige moderne vreemde taal globale kerndoelen. Met de opname in 2013 van Engels als officieel kernvak in het curriculum van de onderbouw van het voortgezet onderwijs, is de positie van Engels bezegeld.