Wat is de historie van het vak Engels in Nederland?

30 maart 2020

We leren al heel lang vreemde talen, vaak op eigen initiatief. Dat was vaak Frans en Duits, maar ook Engels. Vanaf het begin van de 19e eeuw pakte de overheid meer een rol in het onderwijs. In de zestiger jaren van de negentiende eeuw hervormde staatsman Thorbecke het onderwijs. Toen kreeg Engels, naast Frans en Duits, vaste voet aan de grond in het voortgezet onderwijs, in de hbs (hogere burgerschool) en het gymnasium.

Het onderwijs in Engels werd gegeven op de manier waarop het Latijn werd onderwezen: kennis van grammatica en verwerving van woordenschat stonden voorop. Het aantal lesuren per taal stond min of meer vast. Van een eindniveauaanduiding was geen sprake, hoewel er onder directe verantwoordelijkheid van de overheid centrale eindexamens afgenomen werden. Voor de hbs gold dat ook  schrijfvaardigheid en mondelinge vaardigheden centraal geëxamineerd werden Het examen voor het gymnasium beperkte zich tot  leesvaardigheid.

Hoe het verder ging

In 1968 bracht de nieuwe Wet op het Voortgezet Onderwijs - vaak als Mammoetwet aangeduid - enkele wezenlijke veranderingen. Voor deze wet deden leerlingen eindexamen in drie moderne vreemde talen. In het nieuwe stelsel - mavo, havo en vwo - konden havo- en vwo-kandidaten na de onderbouw een of twee talen “laten vallen”. Slechts één taal was nog verplicht. Engels zou het meest worden gekozen.

Met de Mammoetwet nam het aantal wekelijkse lesuren voor Engels af, ook in verhouding tot het aantal uren voor andere vakgebieden. Het nieuwe keuzevakkensysteem speelde daarin een rol. Het eindexamenprogramma werd in meer detail uitgewerkt en bestond uit een ‘centraal schriftelijk’ examen en een schoolonderzoek. Hierin kregen de andere vaardigheden een plek.

In het primair onderwijs is Engels sinds 1986 vanaf groep zeven verplicht. Scholen mogen ook vanaf groep vijf (vervroegd Eibo) Engels aanbieden of vanaf groep een. Het gaat dan om vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). Het Engels in het primair onderwijs kent nog een vierde variant: het tweetalig primair onderwijs (tpo). Over de vier varianten Engels in het basisonderwijs kun je hier meer lezen.

In 1993 vond in het voortgezet onderwijs de invoering van de basisvorming plaats: Engels was verplicht in de onderbouw van wat toen vbo (voorbereidend beroepsonderwijs) heette en mavo. Scholen hoefden in die onderbouw niet meer naast Engels twee vreemde talen aan te bieden. De meeste leerlingen kozen Engels als examenvak, ook in die gevallen waar dit vak geen verplicht examenvak was.

Engels als kernvak

Vanaf 2013 zijn Engels, Nederlands en wiskunde kernvakken. De overheid (OCW) ziet ze als bepalend voor succes in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Engels kent als enige moderne vreemde taal globale kerndoelen.