hoe ziet de doorstroom po/vo/vervolgonderwijs eruit?


SLO heeft voor Engels per vaardigheid inhoudelijke leerlijnen ontwikkeld. Deze bevatten concrete leerdoelen voor leerlingen per vak en bijbehorende beheersingsniveaus oplopend van po naar vwo. Ze zijn bedoeld als startpunt bij het bepalen van leerdoelen en onderwijsinhoud wanneer een school maatwerkroutes of gepersonaliseerd leren wil vormgeven. De leerlijnen zijn gebaseerd op het ERK.

Aansluiting po-​vo

Door de verschillen in intensiteit en aandacht voor Engels in het primair onderwijs stromen leerlingen met zeer uiteenlopende niveaus voor Engels door naar het voortgezet onderwijs. Deze overgang verloopt lang niet altijd soepel. Veel vo-scholen, zeker scholen die geen versterkt of tto-traject Engels hebben, beginnen met Engels van voren af aan. Lokaal bestaan er wel samenwerkingsverbanden tussen vvto- en tto-scholen, maar dit aantal is beperkt. Uit de periodieke peiling voor Engels in 2016 blijkt dat slechts 49% van de scholen voor primair onderwijs leerlingresultaten overdraagt aan het vo. Nu Engels kernvak is geworden, is de noodzaak de inhoud van het vak Engels op de basisschool goed op die van het voortgezet onderwijs te laten aansluiten alleen maar toegenomen.

Vmbo-mbo

Beroepsopleidingen waarin Engels een belangrijke rol speelt, vragen om een hoger niveau wat beheersing van de productieve vaardigheden betreft dan het niveau waarmee leerlingen doorgaans instromen. Daarnaast laat onderzoek zien dat het in de aansluiting ontbreekt aan afstemming wat didactiek en maatwerk aangaat.
Sinds een aantal jaren zijn er maatwerkroutes waarin aan een goede aansluiting gewerkt wordt: de vakmanschapsroute en de technologieroute. De vakmanschapsroute (voorheen VM2) is een doorlopende leerlijn, vaak verkort, die wordt ingericht voor leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg (bbl) en kaderberoepsgerichte leerweg (kbl). De route leidt tot een diploma van een basisberoepsopleiding (mbo-2) voor zowel de beroepsopleidende leerweg (bol) als de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) van het mbo. De technologieroute is een doorlopende leerlijn, ook vaak verkort, van vmbo-gl/tl naar een diploma van een middenkaderopleiding (mbo-4).

Havo-hbo

Vervolgopleidingen geven aan dat vo-abituriënten onvoldoende toegerust het hbo en wo instromen. Onderzoek naar de aansluiting havo-hbo laat zien dat dit beeld door eerstejaars hbo-studenten wordt bevestigd. Er ontbreekt afstemming tussen de accenten die havo en hbo leggen in de taalbeheersing. Het accent in de vooropleiding lag volgens de bevraagde studenten op grammatica (79%), vertalen Nederlands-Engels (75%), leren van vocabulaire (84%), lezen (81%) en luisteren (64%). Meer lees- en schrijfervaring in het Engels en meer oefenen in het spreken en presenteren in de vooropleiding zou volgens hbo-docenten zeer wenselijk zijn. Werken met het ERK veronderstelt dat kennis (van grammatica, vocabulaire) in dienst staat van het kunnen. Wat moet je kunnen en hoe goed moet je dat kunnen? Het ERK zou als onderlegger kunnen dienen bij overleg om tot de gewenste afstemming te komen.

Vwo-wo

Die functie zou het ERK ook kunnen hebben bij het helpen oplossen van knelpunten in het wo wat Engels betreft. Het lezen van academische vakliteratuur in de bachelor fase geeft voor Engels problemen. Onderzoek laat zien dat dit studenten meer tijd kost dan wenselijk is. In tegenstelling tot wat op het hbo gebruikelijk is, zijn studieboeken op universitair niveau voor circa 90% Engelstalig. Studenten blijken zich met name in het eerste studiejaar te verkijken op de verwerkingstijd die nodig is bij het bestuderen van Engelstalige vakliteratuur. Daarnaast ontstaan er problemen bij het gebruik van academisch Engels bij schrijfvaardigheid, waaraan in het vwo nauwelijks aandacht wordt besteed. Nu het niveau waarop vwo-abituriënten op lees- en schrijfvaardigheid presteren ongeveer bekend is, kunnen het voortgezet onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs hun verwachtingen waar nodig beter op elkaar afstemmen.