Democratie en participatie

4 december 2019

In deze sectie is het onderwijsaanbod voor het primair- en voortgezet onderwijs opgenomen. Het betreft zowel methoden als ander lesmateriaal, handreikingen, mogelijkheden voor trainingen en verwijzingen naar expertisecentra. Dit aanbod is onderverdeeld in een aantal relevante burgerschapsthema's die we hebben gebundeld onder burgerschap, democratie en participatie en identiteit.

Democratie

Democratie is zowel een politiek systeem om tot een evenwichtige machtsverdeling te komen als een fundamentele houding en de daaruit voortvloeiende gedragingen van een persoon. Het functioneren van een democratie hangt in sterke mate samen met het democratische gedrag van de burgers die er deel van uitmaken.

In het onderwijs is het aanleren van een democratische houding een belangrijk aspect. Het ontwikkelen van die houding vraagt om continuïteit, herhaling en impliciete en expliciete beïnvloeding. Het opdoen van ervaringen en het reflecteren daarop is daarbij cruciaal. Die ervaringen kunnen plaatsvinden in de klas, de school of erbuiten.

De democratie is gebaat bij burgers die zich betrokken voelen bij de samenleving (op welk niveau dan ook), zich in kunnen leven in de positie van een ander (empathie) en respectvol gedrag ten aanzien van anderen vertonen. Daarvoor dienen leerlingen op school naast de juiste houding ook over een breed scala aan vaardigheden te beschikken die voor een belangrijk deel sociaal-communicatief zijn.

Democratie gaat ook over keuzes maken. Deze vaardigheid vereist kennis, een kritisch onderzoekende houding, het beoordelen van informatie, inzicht in consequenties van keuzes en besef van de eigen opvattingen. Kennis en inzichten hebben vooral betrekking op formele aspecten van democratie, maar hebben ook consequenties voor de democratische manier van met elkaar omgaan. Zo hebben  grondrechten als vrijheid van meningsuiting en niet discrimineren gevolgen voor de wijze van omgaan met elkaar in het dagelijkse leven.

Participatie

Meedoen aan de samenleving kan op verschillende niveaus (klas, school, vereniging, buurt, stad, regio, land etc.) en kan zich richten op verschillende aspecten: sociaal, cultureel, politiek, economisch. Participeren is afhankelijk van motivatie:willen participeren. Voor de meeste kinderen (en volwassenen) geldt dat zij graag mee willen doen: meedoen in sociale verbanden, meedenken over oplossingen en meebeslissen over zaken die hun aangaan.

Participatie vereist inzicht en vertrouwen in het eigen kunnen. De wil om te participeren komt voort uit een combinatie van belangen (individueel/groep), betrokkenheid bij aspecten van de omgeving of samenleving en een daarop gebaseerd gevoel van verantwoordelijkheid. Betrokkenheid, verantwoordelijkheid en participatie hangen cyclisch met elkaar samen: ze versterken elkaar en zijn voorwaardelijk voor elkaar. Kunnen en willen participeren vraagt om sociaal-communicatieve vaardigheden en een voldoende sterk zelfbeeld en zelfvertrouwen om intenties om te zetten in gedrag.
Toch participeren niet alle kinderen (en volwassenen). Door uitsluiting voelen sommigen zich niet meer betrokken bij bepaalde sociale verbanden, bijvoorbeeld in de klas. En negatieve ervaringen met participatie zullen de drempel om dit in andere situaties wel te doen, verhogen. Een geleidelijke opbouw van participatiemogelijkheden en positieve ervaringen zal bijdragen aan het ontwikkelen en in stand houden van de wil om te participeren.