Zoeken - zoekresultaten
verfijn de resultaten
Voor succes in het vervolgonderwijs is een goede taalvaardigheid een belangrijke voorwaarde. Scholen kunnen het onderwijsprogramma voor Nederlands in vmbot-gtl het best versterken door het meer te richten op het bereiken van een goede functionele taalvaardigheid.
De doelen variëren per uitstroomprofiel. Het vso is ingedeeld in drie uitstroomprofielen: Vervolgonderwijs, arbeidsmarkt en dabesteding
In het conceptexamenprogramma Maatschappij (pgp-M) ligt het de focus op het werken met en voor mensen in de brede zin van het woord. Denk bij het werken met mensen bijvoorbeeld aan activiteiten in de gezondheidszorg en het onderwijs. Werken voor mensen zal vooral tot uiting komen in de brede economische sector, de juridische sector, in taal en cultuur of de sector die zich richt op gedrag en maatschappij. De kern van een praktijkgericht programma is dat leerlingen aan de slag gaan met praktische en realistische opdrachten voor externe opdrachtgevers Dit kan binnen en buiten school. Het doel daarvan is de beroepsoriëntatie op hbo-niveau te stimuleren en de aansluiting naar het vervolgonderwijs te verbeteren.
In het conceptexamenprogramma Technologie (pgp-T) ligt het accent op de brede toepassing van technologie in de wereld om ons heen. De kern van een praktijkgericht programma is dat leerlingen aan de slag gaan met praktische en realistische opdrachten voor externe opdrachtgevers. Dit kan binnen en buiten school. Het doel daarvan is de beroepsoriëntatie op hbo-niveau te stimuleren en de aansluiting naar het vervolgonderwijs te verbeteren.
Bij rekenen-wiskunde zijn zowel vaardigheden, kennis als inzichten belangrijk. De vaardigheid van het kunnen uitvoeren van bewerkingen als optellen en aftrekken zijn heel belangrijk, maar daar ligt ook weer basiskennis aan ten grondslag. Beiden zijn nodig om rekenen-wiskunde op de basisschool te kunnen leren én te kunnen gebruiken ook in andere vakken, in het vervolgonderwijs en in de maatschappij. Bij het werken aan de basisvaardigheden rekenen-wiskunde is het noodzakelijk om dit niet smal op te vatten en vooral ook aandacht te hebben voor essentiële inzichten. In een artikel over basisvaardigheden rekenen-wiskunde in Volgens Bartjens illustreren de auteurs wat er allemaal bij basisvaardigheden rekenen-wiskunde hoort.
De invoering van praktijkgerichte examenvakken in het havo betekent veel voor de dagelijkse praktijk in de school. Elke school dient zelf de vertaalslag te maken van een examenprogramma naar een onderwijsprogramma. De onderwijsprogramma’s en leermiddelen moeten op schoolniveau worden uitgewerkt, een vaksectie wordt samengesteld, de onderwijsorganisatie wordt aangepast, PTA’s worden uitgewerkt, schoolexamens worden ontwikkeld en docenten worden bijgeschoold etc. Op diverse scholen vraagt de invoering praktijkgericht programma havo om aanpassingen in de inrichting en inventaris van de school. Deze vertaling kent niet alleen schoolinterne aspecten, maar vraagt ook om afstemming met andere scholen in de regio, vervolgonderwijs en arbeidsmarkt.
In de pilots voor gl-tl en het havo wordt gekeken of dit haalbaar is. Dat lijkt realistisch te zijn, zeker wanneer scholen in de regio onderling samenwerken. Ook kan worden samengewerkt met het vervolgonderwijs in de regio. Scholen die praktijkgerichte programma’s aanbieden wordt geadviseerd vroeg te starten met het opbouwen van een netwerk en/of aansluiting te zoeken bij bestaande netwerken in de regio. Samenwerken met bedrijven is een groeiproces waarbij scholen klein kunnen beginnen en langzaam stappen zetten naar meer levensechte opdrachten.
Wat is de plaats van de beroepsgerichte vakken in het vso en het praktijkonderwijs? Hier gaan we bij dit thema op in.