Zoeken
verfijn de resultaten
aantal resultaten: 447
De referentieniveaus zijn ook voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften het uitgangspunt. Er zijn echter leerlingen die, ondanks de inspanningen van de school, de referentieniveaus niet halen op het moment dat het van hen wordt verwacht. Dan kan het nodig zijn om (inhoudelijke) keuzes te maken, zodat deze leerlingen een onderwijsaanbod krijgen dat past bij hun ontwikkelingsperspectief. Het project Passende perspectieven heeft ter ondersteuning van dit proces de referentieniveaus voor taal uitgewerkt, waarbij werd uitgegaan van drie verschillende groepen met elk een specifieke beperking. De opbrengsten van de eerste fase van het project bevat de volgende onderdelen: wegwijzer, leerroutes bij de doelenlijsten, en profielschetsen van de drie doelgroepen.
26 januari 2015
Het project Passende perspectieven heeft ter ondersteuning van het kiezen van een passend onderwijsaanbod voor elke leerlinge de referentieniveaus voor taal uitgewerkt
26 januari 2015
Deze publicatie is bestemd voor beleidsmakers, curriculum- en materiaalontwikkelaars, schoolleiders, leerkrachten, vakdocenten bewegingsonderwijs en lerarenopleiders. De belangrijkste dingen die kinderen moeten leren om actief deel te nemen aan de samenleving zijn vastgelegd in de zogenaamde kerndoelen. De leergebied-specifieke kerndoelen zijn ingedeeld in Nederlandse taal; Engels; Friese taal; rekenen/wiskunde; oriëntatie op jezelf en de wereld; kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs.
26 januari 2015
Het wetsvoorstel kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs legt de taak van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso-scholen) wettelijk vast: het onderwijs inrichten in één of meer uitstroomprofielen, te weten Vervolgonderwijs, Arbeidsmarkt en Dagbesteding. In opdracht van het ministerie van OCW heeft SLO, in nauwe samenwerking met vele betrokkenen uit het veld, kerndoelen ontwikkeld bij de in te voeren uitstroomprofielen in het vso. Met kerndoelen die per uitstroomprofiel zijn geformuleerd, wordt geregeld aan welke eisen het globale onderwijsaanbod van het vso moet voldoen. Drie losse deelnotities bieden vanuit een onderwijsinhoudelijk en leerplankundig perspectief een kader, op basis waarvan scholen het onderwijs in de verschillende uitstroomprofielen kunnen inrichten.
26 januari 2015
De afgelopen jaren werkte SLO met de Rijksuniversiteit Groningen en twaalf scholen samen aan de vertaling van een theoretisch kader voor cultuuronderwijs naar de onderwijspraktijk. Deze handreiking is het resultaat van die samenwerking. Het leerplankader biedt een structuur en een gemeenschappelijke taal waarmee cultuuronderwijs schoolbreed en in een doorlopende leerlijn kan worden ingericht en vormgegeven. Met behulp van dit kader kunnen leraren met elkaar bewuste keuzes maken voor de inhoud van hun onderwijs. De publicatie is in eerste instantie bedoeld voor cultuurcoördinatoren en leraren in primair en voortgezet onderwijs, en daarnaast voor schoolleiders, medewerkers van culturele instellingen en andere geïnteresseerden die hun cultuuronderwijs vanuit een fundament vorm willen geven.
3 februari 2015
De Curriculummonitor wil een breed beeld geven van de stand van zaken en de knelpunten rond het curriculum zoals ervaren in de onderwijspraktijk (meso- en microniveau) in de context van landelijk onderwijsbeleid (macroniveau). Een belangrijke vraag is bijvoorbeeld in hoeverre schoolleiders en leraren houvast én ruimte ervaren om op basis van de landelijke leerplankaders en (voorbeeld)uitwerkingen vorm te geven aan het uitgevoerde curriculum. Met deze Curriculummonitor wordt een eerste stap gezet om systematisch informatie te verzamelen betreffende het uitgevoerde curriculum in het primair en voortgezet onderwijs. De focus is niet vakspecifiek, maar vakoverstijgend, gericht op actuele inhoudelijke thema's. Waar dat relevant is, worden wel voorbeeldmatig verschillen tussen vakken weergegeven. De thema's worden in de inleiding bij elk hoofdstuk kort toegelicht. Het is de bedoeling de Curriculummonitor elke twee jaar af te nemen om ontwikkelingen in beeld te kunnen brengen en beleidskeuzes te voeden.
9 april 2015
De Curriculumspiegel geeft een inkijkje in de stand van zaken op leerplangebied in Nederland. Het is een verslag op hoofdlijnen, met doorklikmogelijkheden naar diepgaande analyses per thema of vakgebied. Dat maakt het interessant voor iedereen die professioneel bij het onderwijs betrokken is: van beleidsmakers tot schoolleiders en van bestuurders tot leraren. De Curriculumspiegel laat zien wat de belangrijkste trends en wensen op curriculumgebied zijn, bezien vanuit het perspectief van beleid, praktijk, wetenschap en maatschappij. Dat sluit aan op de groeiende belangstelling in het landelijke onderwijsbeleid voor curriculumbrede perspectieven en afstemming over vakken, thema’s en sectoren heen. De Curriculumspiegel bestaat uit twee delen: een A-deel waarin generieke inhoudelijke thema's worden beschreven, en een B-deel dat een vakspecifieke trendanalyse bevat. Het is de bedoeling dat de Curriculumspiegel tweejaarlijks gaat verschijnen.
15 april 2015
De Curriculumspiegel geeft een inkijkje in de stand van zaken op leerplangebied in Nederland. Het is een verslag op hoofdlijnen, met doorklikmogelijkheden naar diepgaande analyses per thema of vakgebied. Dat maakt het interessant voor iedereen die professioneel bij het onderwijs betrokken is: van beleidsmakers tot schoolleiders en van bestuurders tot leraren. De Curriculumspiegel laat zien wat de belangrijkste trends en wensen op curriculumgebied zijn, bezien vanuit het perspectief van beleid, praktijk, wetenschap en maatschappij. Dat sluit aan op de groeiende belangstelling in het landelijke onderwijsbeleid voor curriculumbrede perspectieven en afstemming over vakken, thema’s en sectoren heen. De Curriculumspiegel bestaat uit twee delen: een A-deel waarin generieke inhoudelijke thema's worden beschreven, en een B-deel dat een vakspecifieke trendanalyse bevat. Het is de bedoeling dat de Curriculumspiegel tweejaarlijks gaat verschijnen.
15 april 2015
De resultaten van PISA in de periode 2003-2009 laten een dalende lijn zien - zowel absoluut (gemiddelde scores) als relatief (positie op de internationale ranglijst) - in prestaties van Nederlandse leerlingen voor wiskunde en deels ook voor leesvaardigheid en natuurwetenschappen. Naar aanleiding hiervan heeft de directie Voortgezet Onderwijs van OCW SLO gevraagd een analyse van de PISA-uitkomsten uit te voeren waarin deze daling vanuit leerplankundig perspectief verklaard wordt. Bij deze analyse is als kapstok gehanteerd de indeling in leerplankundige verschijningsvormen: beoogd, uitgevoerd en bereikt curriculum. Met name ging het daarbij om de vraag hoe dat wat gevraagd en getoetst wordt bij PISA zich verhoudt tot de kerndoelen, de meest gebruikte methoden en de lespraktijk op basis van die methoden. Daarbij is niet alleen gekeken naar de onderbouw van het voortgezet onderwijs, maar naar de hele fase van het funderend onderwijs (4 - 15) en daarnaast ook naar de tweede fase.
21 april 2010
Schrijven in het basisonderwijs opnieuw onderzocht rapporteert over het onderzoek naar het schrijfonderwijs van 2004 tot 2014 waarbij wordt nagegaan wat wel en niet bekend is over het onderwijs in dit domein. Achtereenvolgens komen onderzoeken aan de orde die gericht zijn op: doelstellingen, beginsituatie van de leerling, onderwijsleermateriaal, onderwijsleeractiviteiten, instrumentatie- en evaluatieonderzoek.
19 mei 2015