Zoeken
verfijn de resultaten
De hoofdgroepen in het dierenrijk zijn als volgt in te delen.
Er is sprake van gewervelde en ongewervelde dieren.
De gewervelde dieren hebben een inwendig skelet en zijn in te delen in:
- zoogdieren (haren, vier ledematen);
- vogels (veren, vier ledematen: twee poten, twee vleugels);
- reptielen (schubben, vier ledematen, longen);
- amfibieën (kale huid, vier ledematen, kieuwen als jong, later longen);
- vissen (schubben, vinnen, kieuwen).
De ongewervelde dieren hebben geen inwendig skelet, maar soms een uitwendig skelet.
De kleine diertjes in de schoolomgeving horen doorgaans tot de volgende groepen:
- geleedpotigen, waaronder de spinnen (4 paar poten), de insecten (3 paar poten), de kreeftachtigen (5 paar poten) en de duizendpoten (2 paar poten per segment);
- wormen;
- weekdieren (slakken, schelpen).
Planten zijn in te delen in de hoofdgroepen:
- wieren (onderverdeeld in eencellige wieren: algen en meercellige wieren: draadvormige wieren);
- mossen;
- paardenstaarten;
- varens;
- zaadplanten (onderverdeeld in naaktzadigen: coniferen en bedektzadigen: bloemplanten).
Een kringgesprek waarin de kinderen ook waarnemingen doen aan het materiaal, bijv. bij het zoeken naar verschillen en overeenkomsten tussen dieren.
Alles om ons heen is landschap. Een veel gehanteerde tweedeling is:
Natuurlandschap:
een landschap dat (vooral) gevormd is door processen in de natuur, bijvoorbeeld een rivierenlandschap, een hooggebergtelandschap. Het enige (nog echte, zegt men), natuurlandschap in Nederland is het waddenlandschap.
Cultuurlandschap:
een landschap dat gevormd is door ingrijpen van de mens, bijvoorbeeld een stads-/dorpslandschap, een droogmakerij/IJsselmeerpolder, ingedijkt land, enzovoort.
Eigenlijk is er in Nederland altijd sprake van een combinatie van beiden, bijvoorbeeld een es- en brinkdorplandschap op een stuwwallenlandschap of een polder (landschap) op een veen- of zeekleilandschap.
De kaart die mensen in hun hoofd hebben van hun eigen omgeving, van Nederland, Europa en de wereld. Bijvoorbeeld de mental map van Nederland: uit je hoofd een beschrijving kunnen geven van:
- waar de provincies liggen;
- welke belangrijke steden je (successievelijk) passeert als je met de trein van Groningen naar den Haag rijdt;
- welke provincies grenzen aan Duitsland en aan België;
- waar de meeste droogmakerijen voorkomen;
- waar je de meeste kans hebt op gebieden met reliëf;
- welke borden je moet volgen als je vanuit Utrecht met de auto naar Meppel moet;
- enzovoort.
Binnen tekenen en handvaardigheid wordt ook aandacht besteed aan beeldende kunst. De aandacht voor dit onderwerp verandert in de loop van de jaren. Zo worden binnen een thema dieren in de onderbouw ook afbeeldingen van dieren in beeldende kunst getoond, terwijl in de bovenbouw het onderwerp 'dieren in de beeldende kunst' expliciet aan de orde kan komen.
Een instructiekaart laat een aantal verschillende mogelijkheden van materiaalgebruik zien. Bijvoorbeeld de instructiekaart 'Werken met kleurpotlood' laat voorbeelden zien van:
- het opzetten van een tekening met kleurpotlood;
- verschillende effecten van mengen met kleurpotlood;
- vlakken maken door arceren.
De huidige Westerse cultuur wordt steeds meer getypeerd als beeldcultuur. Beelden nemen in de communicatie een steeds belangrijkere rol in. We denken hierbij aan: tijdschriften, strips, reclame (reclamespots en reclame op goederen), videoclips, tv, digitale beelden (websites, computerspelletjes) logo's, mode, straatbeeld, speelgoed, enz. Producten van de populaire beeldcultuur kunnen onderwerp zijn bij tekenen en handvaardigheid.
Voor het maken van een multimedia-presentatie kan gebruik gemaakt worden van PowerPoint. In een multimediapresentatie kunnen rondom een thema of onderwerp tekst, plaatjes, geluid en bewegende beelden gecombineerd worden.
Een multimediapresentatie kan gebruikt worden om:
- verslag te doen van activiteiten;
- ervaringen uit te drukken;
- te communiceren.